De begroting is gepresenteerd, maar daarmee is het nog lang niet zeker dat alle plannen ook worden uitgevoerd. Met de huidige politieke verhoudingen is voor vrijwel iedere belangrijke keuze opnieuw steun nodig, terwijl meerderheden niet eenvoudig zijn te vinden. Dat maakt de uitkomst van de begrotingsbehandeling onvoorspelbaar. Voor de zorgsector staat intussen veel op het spel, van zorguitgaven en premies tot preventie en geneesmiddelenbeleid. In dit artikel zetten we de belangrijkste cijfers en beleidskeuzes op een rij.
Ook dit jaar was minister Heinen de architect van de Miljoenennota (pdf), maar dit bouwwerk bleek aanvankelijk allesbehalve stabiel. De afgelopen weken werd duidelijk hoe groot de onderlinge verschillen tussen de drie coalitiepartijen waren; de betrokkenen lieten zich in de pers in niet mis te verstane bewoordingen uit over het verloop van de onderhandelingen. Die woorden herhalen wij niet in dit artikel, maar gezellig was het in ieder geval niet.
Na nachten doorhalen kwam pas vlak voor de CPB-deadline witte rook en kon de begroting worden ingediend, al waren daarmee lang niet alle politieke problemen opgelost. Het minderheidskabinet heeft de steun van andere partijen namelijk hard nodig om zijn plannen door het parlement te krijgen. De Miljoenennota vormt dus eigenlijk de inzet voor de onderhandelingen die de komende maanden nog moeten worden gevoerd.
De Troonrede
Die moeizame totstandkoming van de begroting klonk ook door in de Troonrede, zij het in bedekte termen. De Koning benadrukte dat democratie mensen moet verenigen in plaats van uit elkaar spelen en koppelde daaraan de vraag of mensen er nog op vertrouwen dat politiek en overheid hun problemen daadwerkelijk kunnen oplossen. Parlement en regering staan voor de opgave ervoor te zorgen dat die vraag vaker met ‘ja’ kan worden beantwoord, waarbij niet de ophef van de dag leidend moet zijn, maar wat mensen nodig hebben en wat de toekomst van Nederland vraagt.
Dat de coalitie hiervoor de steun van andere partijen nodig heeft, werd meerdere malen benoemd, maar de hand van Heinen was ook duidelijk zichtbaar. Niet alles kan tegelijk en er zitten financiële grenzen aan de plannen, omdat een goed leven voor mensen nu een goed leven voor volgende generaties niet in de weg mag staan. Het kabinet houdt daarom vast aan een begrotingsbeleid waarbij de staatsschuld niet zo ver oploopt dat de rekening uiteindelijk bij kinderen en kleinkinderen terechtkomt.
Vanuit die financiële waarschuwing werd de brug naar de zorg gemaakt, waarbij de Koning erop wees dat het zorgstelsel onderhoud nodig heeft om ook in de toekomst toegankelijk en betaalbaar te blijven. Veel van de plannen die vervolgens werden genoemd, kwamen al terug in het coalitieakkoord, waaronder het streven naar de ‘gezondste generatie ooit’. Dit moet worden bereikt door sterker in te zetten op preventie en door het besef dat niet iedere zorgvraag direct een medisch antwoord nodig heeft.
Hoe het kabinet dit precies wil bereiken en wat mensen daarvan in de praktijk gaan merken, moet blijken uit de Miljoenennota en de Rijksbegroting van VWS.
Terug naar inhoudsopgaveEconomische vooruitzichten
Ondanks de geopolitieke onzekerheid blijft de Nederlandse economie voorlopig groeien. In de Macro Economische Verkenning (MEV) (pdf) gaat het CPB voor 2026 uit van 1,4% economische groei en voor 2027 van 1,2%. Dit is iets hoger dan werd verwacht in augustus, ten tijde van de publicatie van de concept-MEV (pdf). Wel blijft het economisch beeld kwetsbaar, omdat hogere energieprijzen, nieuwe handelsbelemmeringen of onrust op de financiële markten de ramingen relatief snel kunnen achterhalen. Zo gaat het CPB er in de ramingen nog van uit dat de rust in het Midden-Oosten voldoende terugkeert om in 2027 te zorgen voor lagere energieprijzen. Deze aanname kan natuurlijk ook totaal anders uitpakken, met forse gevolgen voor de economie wereldwijd.
De inflatie komt naar verwachting uit op 3,3% in 2026 en 2,8% in 2027. De mediane koopkracht stijgt in 2026 naar verwachting met 0,6%, maar daalt in 2027 weer met 0,3%. Ook het armoedepercentage daalt.
In de Reflectie brede welvaart: Prinsjesdag 2026 (pdf) geeft het CPB aan dat het in de Miljoenennota vooral gaat over economische groei en minder over ruimtelijk-ecologische en sociaalmaatschappelijke aspecten. Het klimaatbeleid blijft achter en de overheidsschuld neemt op lange termijn toe. Zo stelt het CPB dat Nederland op dit moment onvoldoende is voorbereid op de gevolgen van klimaatverandering en dat de financiële last wordt doorgeschoven naar volgende generaties. Hoewel het kabinet via de Troonrede stelt de rekening niet bij kinderen en kleinkinderen te willen neerleggen, lijkt er op dit punt toch eerder sprake van een retorische dan van een budgettaire werkelijkheid.
Terug naar inhoudsopgaveMiljoenennota en Rijksbegroting: feiten en cijfers
De totale overheidsuitgaven zijn voor 2027 begroot op € 516,8 miljard, wat € 30,5 miljard meer is dan de begroting voor 2026 en neerkomt op een stijging van 6,3%. Sociale zekerheid en zorg blijven samen goed voor ongeveer de helft van de begroting, waarbij voor sociale zekerheid € 132,4 miljard wordt uitgetrokken en voor de zorg € 125,6 miljard.
Na de forse verhoging in het voorgaande jaar daalt het aandeel van Defensie binnen de totale uitgaven van 7,1% naar 5,5%, terwijl het aandeel van Justitie en Veiligheid juist stijgt van 3,5% naar 5,1%. Ook de uitgaven aan Economische Zaken en Klimaat nemen in vergelijking met de vorige begroting sterk toe: van € 7,0 miljard in 2026 (1,4%, inclusief Klimaat en Groene Groei) naar € 9,2 miljard in 2027 (1,8%). Zorgpremies zijn goed voor ongeveer 14% van de inkomsten van het Rijk.
Waar gaat het geld naartoe?
De verdeling verschuift tussen 2026 en 2027. Vooral Justitie en Veiligheid en Sociale Zaken groeien, terwijl Defensie lager is begroot.
Zoals altijd laat de begroting vooral zien hoeveel geld het kabinet vooraf denkt uit te geven. De uiteindelijke uitgaven kunnen gedurende het jaar veranderen, terwijl ook een deel van de onderliggende maatregelen nog verder moet worden uitgewerkt of tijdens de parlementaire behandeling wordt aangepast. Zoals aangegeven is de kans erg groot dat de staafjes er over een aantal maanden anders uit komen te zien.
Terug naar inhoudsopgaveRaad van State: problemen goed geïdentificeerd, maar worden niet opgelost
De Raad van State is kritisch (pdf) over het verschil tussen de problemen die het kabinet in de Miljoenennota beschrijft en de maatregelen die daar vervolgens tegenover worden gezet. De analyse van de Nederlandse economie en de structurele opgaven is volgens het adviescollege op veel punten helder, maar de begroting biedt onvoldoende antwoord op de problemen. Het kabinet weet dus goed te benoemen waar het knelt, maar schuift een deel van de moeilijkere beslissingen opnieuw voor zich uit.
De Raad van State adviseert om de ontwikkeling van de staatsschuld beter te beheersen, de arbeidsproductiviteit te verhogen en de energietransitie te versnellen. Ook zou de begroting beter inzicht moeten geven in welke uitgaven daadwerkelijk bijdragen aan productiviteitsgroei, zodat niet iedere investering automatisch als versterking van het Nederlandse verdienvermogen wordt gepresenteerd.
Terug naar inhoudsopgaveVWS-begroting: weinig nieuw beleid, wel een forse taakstelling
De begroting van VWS (pdf) bevat weinig onverwacht nieuw beleid, omdat veel maatregelen voortbouwen op het coalitieakkoord en het AZWA. De boodschap blijft hetzelfde: de kwaliteit en toegankelijkheid van de zorg moeten blijven behouden, terwijl de groei van de uitgaven en het beroep op schaarse zorgmedewerkers moeten worden afgeremd.
Ook VWS krijgt een structurele taakstelling (bezuiniging) van € 144,3 miljoen opgelegd. Voor 2028 en de jaren daarna is een deel van deze besparing slechts technisch in de begroting verwerkt, omdat de inhoudelijke verdeling pas plaatsvindt als de kaders van de Taskforce Slagvaardige Overheid duidelijk zijn. Er staat dus al wel een bezuiniging in de boeken, maar nog niet precies hoe die wordt uitgevoerd.
Bij de IGJ worden de mogelijke gevolgen van deze taakstelling inmiddels wat concreter. De inspectie verwacht over vier jaar 25 tot 30% minder te kunnen besteden. Volgens inspecteur-generaal Monique Vogelzang zou het personeelsbestand daardoor een derde moeten afnemen. Ook bij het RIVM kan de taakstelling de nodige spanning opleveren, omdat een afnemend werkpakket ook daar gevolgen heeft voor de personele bezetting.
Terug naar inhoudsopgaveZorgpremie gaat flink omhoog
Vorig jaar bleef de stijging van de zorgpremie beperkt dankzij een financiële meevaller, die vooral samenhing met de hogere lonen en de daardoor gestegen inkomensafhankelijke bijdrage. Toen werd al gewaarschuwd dat dit geen structurele verlichting, maar uitstel betekende, omdat de zorguitgaven ondertussen gewoon verder zouden oplopen.
De definitieve premies worden pas in november bekend, maar voorlopig wordt voor 2027 gerekend op een stijging van ongeveer € 150 per volwassene per jaar. De rekenpremie neemt met 7,6% toe tot € 169 per maand. Omdat de werkelijke premie doorgaans hoger ligt, wordt uitgegaan van gemiddeld € 171 tot € 174 per maand, ten opzichte van € 159 in 2026.
De zorgtoeslag stijgt ook, maar onvoldoende om de hogere premie volledig te compenseren. Daarnaast neemt de inkomensafhankelijke bijdrage die werkgevers betalen eveneens licht toe. Alles bij elkaar wordt per volwassene in 2027 gemiddeld € 7.978 aan collectief gefinancierde zorg betaald, ten opzichte van € 7.369 in 2026, wat een flinke stijging van € 609 betekent.
Terug naar inhoudsopgaveGevolgen voor de zorgverzekering
Sinds de presentatie van het coalitieakkoord draaide een belangrijk deel van de discussie om de verdeling van de lasten en de vraag hoe het kabinet daarvoor meerderheden zou kunnen vinden. De verhoging van het eigen risico was daarbij een van de lastigste onderwerpen. Waarschijnlijk heeft de onmogelijkheid om op korte termijn een meerderheid te vinden de doorslag gegeven om het plan een jaar uit te stellen.
In plaats van een verhoging naar € 455 wordt het verplichte eigen risico in 2027 alleen geïndexeerd en stijgt het van € 385 naar € 400. Ook de tranchering van het eigen risico in de medisch-specialistische zorg schuift een jaar door. Een hoger eigen risico zou het zorggebruik moeten remmen, maar door het uitstel daarvan wordt ook de ingeboekte besparing van ongeveer € 600 miljoen pas in 2028 gerealiseerd. De maximale eigen bijdrage blijft € 250 per jaar.
Zorgpremie gaat flink omhoog
Per volwassene wordt in 2027 gemiddeld € 7.978 aan collectief gefinancierde zorg betaald. Dat is € 609 meer dan in 2026.
De rekenpremie neemt met 7,6% toe tot € 169 per maand. De werkelijke premie wordt geraamd op € 171 tot € 174. Alleenstaanden ontvangen naar verwachting circa € 11 per maand extra zorgtoeslag en paren circa € 23.
De verhoging naar € 455 gaat niet door. Door indexatie stijgt het verplichte eigen risico in 2027 van € 385 naar € 400.
Omdat de verhoging van het eigen risico en de tranchering worden uitgesteld, wordt de ingeboekte besparing pas in 2028 gerealiseerd.
MEER UITLEGFinanciering van zorguitgaven, hoe zat het ook alweer?
Zorgverzekeringswet (Zvw)
De meeste zorg uit het basispakket wordt betaald door zorgverzekeraars. De inkomsten komen uit vier bronnen.
Via het fonds krijgen verzekeraars een bijdrage die rekening houdt met gezondheid en zorgbehoefte. Verzekeraars met relatief veel ouderen of chronisch zieken ontvangen meer.
Zorgverzekeraars kunnen reserves inzetten om premiestijgingen te dempen. Zorgtoeslag compenseert een deel van premie en gemiddeld eigen risico.
Wet langdurige zorg (Wlz)
Intensieve verpleeghuiszorg en langdurige gehandicaptenzorg worden betaald uit het Fonds langdurige zorg.
- 1
Het grootste deel wordt als zorg in natura via zorgkantoren en het CAK aan zorgaanbieders betaald.
- 2
Ongeveer 10% loopt via persoonsgebonden budgetten, waarmee mensen zelf zorg kunnen inkopen.
- 3
De Sociale Verzekeringsbank betaalt namens de budgethouder aan de zorgverlener.
Het fonds wordt gevuld uit drie bronnen en financiert zowel zorg in natura als persoonsgebonden budgetten.
Passende zorg
Passende zorg blijft een belangrijke troef om in de toekomst zorguitgavengroei te remmen. Uiteindelijk moet dit vanaf 2029 ook daadwerkelijk geld gaan opleveren, waarbij de ingeboekte besparing oploopt van € 112 miljoen in 2029 naar structureel € 548 miljoen vanaf 2035. Het ZIN krijgt daarbij een stevigere rol bij de beoordeling van de effectiviteit, kosteneffectiviteit en pakketwaardigheid van zorg, waarbij naast de medische meerwaarde en kosten ook de beschikbaarheid van personeel, middelen en materialen wordt meegewogen.
De minister gaat voortaan niet alleen bij extramurale geneesmiddelen, maar ook bij alle intramurale geneesmiddelen besluiten over de pakketwaardigheid. Daarmee moet meer samenhang ontstaan in de beoordeling en toelating van geneesmiddelen, al vraagt die grotere rol van het ZIN en VWS wel om voldoende capaciteit en beoordelingskennis.
Dat hier nog een knelpunt ligt, blijkt uit het besparingsverlies van € 40 miljoen dat voor zelfzorggeneesmiddelen in de begroting is opgenomen. Deze eerder ingeboekte bezuiniging blijkt niet gerealiseerd waardoor VWS het bedrag alsnog als uitgave moet verwerken. Het opzienbarende is dat de voorgenomen uitstroom van zelfzorggeneesmiddelen uit het basispakket nog niet heeft plaatsgevonden vanwege een achterstand bij het ZIN in de beoordeling van deze middelen.
Het ZIN moet de komende jaren meer geneesmiddelen beoordelen, terwijl ook dit orgaan niet ontkomt aan bezuinigingen. Al sinds de aankondiging daarvan is de vraag hoe beide ontwikkelingen met elkaar zijn te verenigen. In de begroting lijkt hiervoor nu een uitweg te zijn gevonden: onder het zorgverzekeringsstelsel worden afzonderlijk middelen gereserveerd voor de opdracht passende zorg, die onder andere ten goede komen aan het ZIN. Het gaat om € 16,5 miljoen in 2027, oplopend tot bijna € 80 miljoen in 2030, waarna het bedrag in 2031 weer daalt naar € 52,2 miljoen.
Deze boekhoudkundige constructie maakt de begroting er niet direct overzichtelijker op, maar biedt hopelijk wel voldoende ruimte om de achterstanden bij de pakketbeoordelingen terug te dringen. Of de daarvoor beschikbare middelen voldoende zijn en welk deel van het bedrag precies bij het ZIN terechtkomt, valt uit de begroting nog niet goed op te maken. In 2027 volgt een periodieke rapportage over passende zorg. Daarin is extra aandacht voor versnippering, (onvoldoende) samenwerking, stimulerende prikkels en doeltreffendheid en doelmatigheid van de beweging. Ook wordt een grote strategische evaluatie van het IZA uitgevoerd, waarbij wordt bekeken in hoeverre de doelstellingen van het akkoord zijn gerealiseerd.
Terug naar inhoudsopgaveGeneesmiddelen
De begroting bevat verschillende bedragen voor de beschikbaarheid van geneesmiddelen, pakketbeoordeling en farmaceutische gegevensuitwisseling. Voor 2027 gaat het om:
- € 8,7 miljoen voor het aanhouden van een voorraad kritieke geneesmiddelen;
- € 3 miljoen voor het Landelijk Coördinatiecentrum Geneesmiddelen, dat de vraag naar en het aanbod van essentiële geneesmiddelen monitort;
- € 5,3 miljoen voor de drie gehonoreerde programma’s binnen het Europees financieringsprogramma IPCEI Health;
- € 8,7 miljoen voor opdrachten op het terrein van medische producten, waarvan € 2 miljoen is bestemd voor een informatiesysteem voor de toekomstbestendigheid van het geneesmiddelenstelsel;
- € 35,6 miljoen voor het landelijke programma Medicatieoverdracht, o.a. voor de coördinatie door Nictiz, de ondersteuning van sectoren, de Kickstart Medicatieoverdracht, de aansluiting van huisartsenposten en verdere ICT-ontwikkeling;
- € 14,7 miljoen voor VIPP Farmacie, waarmee de farmaceutische patiëntenzorg veiliger en efficiënter moet worden en de informatiepositie van patiënten moet verbeteren;
- € 1,4 miljoen voor AZWA-afspraak Betere beschikbaarheid geneesmiddelen.
Preventie
Het kabinet wil verschillende gezondheidstaken van gemeenten steviger vastleggen, waaronder Kansrijke Start, valpreventie en seksuele gezondheid. Gemeenten moeten ook meer mogelijkheden krijgen om gezonde keuzes te bevorderen op plekken waar veel kinderen en jongeren komen. De gedachte hierachter is dat mensen hierdoor langer gezond blijven en dat daarmee op termijn een deel van de zorgvraag kan worden voorkomen. Voor het tegengaan van schadelijk middelengebruik valt op dat de bezuiniging van dit jaar wordt teruggedraaid, maar dat het gereserveerde bedrag nog altijd niet boven het niveau van 2025 uitkomt.
Voor de jeugd in het primair en voortgezet onderwijs wordt in 2027 € 23,2 miljoen beschikbaar gesteld, waarna het bedrag geleidelijk oploopt tot structureel € 80 miljoen vanaf 2032. Daarnaast is in 2027 € 40 miljoen gereserveerd voor het versterken van wijken en buurten. Gezonde keuzes moeten zo ook beter bereikbaar worden voor kwetsbare groepen.
Voor medische preventie komt in 2027 € 25,6 miljoen beschikbaar, oplopend tot structureel € 29 miljoen. Na een succesvolle pilot in de vier grootste gemeentes van Nederland (Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht), de zogenaamde G4, wordt de wijkgerichte aanpak voor vaccinaties uitgebreid naar zes andere gemeentes. Vanaf 2028 moet de aanpak beschikbaar worden in alle gebieden waar de vaccinatiegraad achterblijft.
Onder politieke druk en als tegemoetkoming aan 50Plus, is voor de jaren 2028 tot en met 2031 jaarlijks € 100 miljoen extra gereserveerd voor een gordelroosvaccinatie-inhaalcampagne onder 61- tot en met 69-jarigen. Mensen van 70 jaar en ouder moeten de vaccinatie vooralsnog zelf betalen.
Terug naar inhoudsopgavePandemische paraatheid
De middelen voor pandemische paraatheid laten bij uitstek zien hoe snel politieke prioriteiten kunnen verschuiven. Na de coronapandemie werd breed onderschreven dat Nederland zich blijvend beter moest voorbereiden op nieuwe infectieziektecrises. Desondanks werden de daarvoor bestemde structurele middelen door kabinet-Schoof geschrapt. Het nieuwe kabinet hield aanvankelijk vast aan die bezuiniging, maar onder druk van de Tweede Kamer en deskundigen werd deze uiteindelijk deels teruggedraaid.
Voor de voortzetting van de pandemische paraatheid wordt via de begroting structureel € 162 miljoen beschikbaar gesteld, waarvan € 122 miljoen is bestemd voor de versterking van de GGD’en, programma’s van het RIVM en het continueren van de Landelijke Functie Opschaling Infectieziektebestrijding (LFI).
Voor onderzoek, weerbaarheidsvoorraden en stand-byproductie van medische producten is in 2027 in totaal € 86,5 miljoen beschikbaar. Daarnaast wordt € 20 miljoen uit 2026 doorgeschoven naar 2027, omdat een deel van de betalingen voor stand-byproductie en de aanleg van voorraden van actieve farmaceutische ingrediënten (API’s) naar verwachting pas volgend jaar plaatsvindt.
De begroting bevat daarmee verschillende bedragen voor betere informatie-uitwisseling en toegang tot geneesmiddelen, maar het succes ervan zal vooral afhangen van de vraag of de afzonderlijke programma’s in de praktijk op elkaar aansluiten. Aan nieuwe programma’s en afkortingen is in ieder geval geen gebrek; de daadwerkelijke uitwisseling van complete en actuele medicatiegegevens blijft echter de maatstaf.
Terug naar inhoudsopgaveMedische technologie
VWS en het ministerie van Economische Zaken werken samen met het veld aan een beleidsagenda voor de Nederlandse MedTech-sector. De ambitie is dat Nederland in 2035 het sterkste MedTech-ecosysteem van Europa heeft. Onderzoek, zorg en industrie moeten daarvoor nauwer samenwerken aan een toekomstbestendig zorgstelsel en economische groei, waarbij onder andere wordt geïnvesteerd in AI, robotica, beeldgestuurde therapieën en technologie voor het ziekenhuis van de toekomst.
Van 2028 tot en met 2036 wordt jaarlijks € 5 miljoen beschikbaar gesteld voor de uitvoering van deze beleidsagenda. Vanuit het AZWA komt in 2027 daarnaast € 5 miljoen beschikbaar voor arbeidsbesparende medische technologie. Ook wordt € 1 miljoen uitgetrokken voor een pilot binnen het International Horizon Scanning Initiative (IHSI) op het gebied van medische technologie. Voor het Zorginkoopnetwerk Nederland, dat in crisissituaties vraag en aanbod van medische hulpmiddelen monitort, is € 1,8 miljoen gereserveerd.
De ambities voor 2035 zijn daarmee groot, terwijl de structurele bedragen voor de beleidsagenda vooralsnog relatief beperkt blijven. Bovendien is het ontwikkelen van technologie slechts één deel van de opgave, omdat toepassingen ook moeten worden beoordeeld, ingekocht, geïmplementeerd en geïntegreerd in bestaande zorgprocessen.
Terug naar inhoudsopgaveInnovatie en verdienvermogen
Het kabinet wil dat Nederland wereldwijd tot de vijf meest concurrerende economieën behoort en kondigt verschillende maatregelen aan om het innovatie- en investeringsklimaat te versterken. Uit de begroting van EZK (pdf) blijkt dat vanaf 2028 ongeveer € 3,3 miljard wordt gereserveerd voor een Nationale Investeringsinstelling (NII), die op afstand van de politiek moet investeren in projecten met een positieve businesscase waarvoor op de markt onvoldoende financiering beschikbaar is.
Eerder was er al kritiek op deze voorwaarden, want waarom zou een bank geen financiering kunnen verstrekken in het geval van een positieve businesscase? Wel lijkt er lering te zijn getrokken uit de ervaringen met het Nationaal Groeifonds, dat in de volksmond te boek stond als ‘Nationaal Graaifonds’ omdat middelen werden ingezet om budgettaire gaten te vullen. Door de NII op afstand van de politiek te zetten moet dit worden voorkomen. Overigens wordt ook het Nationaal Groeifonds weer opengesteld met vrijgevallen middelen van in totaal € 375 miljoen.
Daarnaast komt er een Nationaal Agentschap voor Disruptieve Innovatie (NADI). In 2027 starten de eerste pilotprogramma’s, onder andere op het gebied van life sciences. Voor het agentschap wordt € 500 miljoen uitgetrokken. De gedachte is dat Nederland hiermee gerichter kan investeren in technologische doorbraken en bedrijvigheid die anders moeilijk van de grond komen.
Ook PharmaNL krijgt in 2027 € 22,4 miljoen. Dit door ZonMw gecoördineerde Groeifondsprogramma moet een duurzame impuls geven aan het economische en maatschappelijke potentieel van innovatieve farmaceutische producten en productietechnologieën.
Terug naar inhoudsopgaveOverige opvallende uitgaven
Post-COVID en PAIS
De post-COVID-expertisecentra kregen eerder middelen voor 2025 en 2026, waarna via het amendement-Bushoff ook voor 2027 financiering beschikbaar kwam. Vanaf 2028 wordt structureel € 1 miljoen vrijgemaakt voor post-COVID. Dat biedt enige continuïteit in de financiering, al is het bedrag aanzienlijk lager dan de tijdelijke financiering van de expertisecentra. Voor beleid rond post-acuut infectieus syndroom (PAIS) is daarnaast incidenteel € 2,5 miljoen beschikbaar.
Medisch specialistische zorg
Het grootste gedeelte van de subsidies voor de medisch specialistische zorg is gereserveerd voor oncologie. Van de € 78,9 miljoen is € 60,8 miljoen bestemd voor onder andere oncologische en palliatieve zorg, kankeronderzoek en de landelijke registratie van pathologie-uitslagen. Van het restant is een aanzienlijk bedrag (€ 9,3 miljoen) beschikbaar voor de aanpak van antimicrobiële resistentie, € 3,4 miljoen voor verdere verbetering van de geboortezorg en € 2,6 miljoen voor acute zorg.
Bestrijding van muggen
Verder wordt in 2027 en 2028 jaarlijks € 2 miljoen uitgetrokken voor de bestrijding van exotische muggen. In het licht van de recente ontwikkelingen met betrekking tot de verspreiding van het westnijlvirus is dit wellicht niet een heel groot bedrag.
Zorgfraude
Ook zorgfraude kreeg veel aandacht. Het kabinet kondigde hiervoor al eerder een ‘stevig pakket aan maatregelen’ aan, een onderwerp genoemd in de Troonrede. Die focus past in ieder geval goed bij het profiel van de VVD, die zich van oudsher graag presenteert als partij van veiligheid, handhaving en een strenge aanpak van criminaliteit. Zorgfraude is echter niet slechts een kwestie van politieke profilering, want het OM waarschuwde voor de zomer nog dat zorgfraude steeds sterker raakt verweven met andere vormen van criminaliteit. Volgens schattingen wordt jaarlijks voor ongeveer € 10 miljard gefraudeerd, waardoor een stevigere aanpak goed te verklaren is.
De aanpak moet structureel € 50 miljoen opleveren, al is nog niet uitgewerkt met welke maatregelen deze besparing precies moet worden bereikt. Er wordt € 10 miljoen beschikbaar gesteld voor extra capaciteit voor de recherche van de Nederlandse Arbeidsinspectie en het OM. Toezicht wordt ook uitgebreid, maar hoe zich dit verhoudt tot de bezuinigingen bij de IGJ is nog niet duidelijk.
Reacties uit het veld
Zoals ieder jaar reageren zorgpartijen vanuit hun eigen positie op de Miljoenennota en de begroting van VWS, waarbij de aandacht vooral uitgaat naar de onderwerpen waarvoor zij al langer extra geld of ander beleid vragen:
Veel plannen moeten nog politiek worden bevochten
De begroting bevat extra middelen voor preventie, pandemische paraatheid, medicatieoverdracht, geneesmiddelenvoorraden en medische technologie, maar VWS en verschillende uitvoeringsorganisaties moeten bezuinigen terwijl hun taken eerder toe- dan afnemen. De vraag is dan ook hoeveel van de aangekondigde ambities in de praktijk kunnen worden gerealiseerd.
De enorme slag om de arm is uiteraard dat de bedragen in de Miljoenennota nog lang niet vaststaan, omdat het minderheidskabinet op zoek moet naar oppositiepartijen die bereid zijn de begroting te steunen. Hoe dat precies moet gebeuren, bleef ook tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen onduidelijk.
D66-fractievoorzitter Jan Paternotte sprak hoopvol over een ‘Binnenhof Vol Liefde’ en hoopt dat de oppositiepartijen zich coöperatief gaan opstellen. De oppositie was vooralsnog echter minder romantisch en bleef het kabinet vooral vragen welke kant het nu eigenlijk wil kiezen. Die onduidelijkheid past bij het beeld van Jetten als pragmatische ‘fixer’ die inhoudelijke oplossingen zoekt, maar volgens critici minder regie neemt over de politieke route naar een meerderheid.
JA21-leider Joost Eerdmans liet zijn eerdere eis dat het kabinet vooraf voor links of rechts moest kiezen enigszins los en stelde voor om per onderwerp te bekijken of zijn partij steun kan geven. BBB-leider Henk Vermeer vergeleek de Tweede Kamer daarop met ‘een soort FEBO-snackmuur’, waarbij het kabinet de ene keer een akkoord met links en de andere keer een akkoord met rechts uit de muur kan trekken. Dat kan voldoende zijn om afzonderlijke plannen door het parlement te krijgen, maar levert geen stabiele politieke koers op.
Die politieke onzekerheid kan nog enige tijd aanhouden. Het Belastingplan moet voor het einde van het jaar door de Tweede en Eerste Kamer zijn behandeld, maar voor de afzonderlijke departementale begrotingen geldt die harde deadline niet. Ter herinnering: de begroting van VWS voor 2026 werd pas in juni door de Eerste Kamer aangenomen.
Bovendien komen de Provinciale Statenverkiezingen van maart 2027 snel dichterbij, waarna in mei een nieuwe Eerste Kamer wordt gekozen. Deze campagne zal binnenkort op gang komen en kan de bereidheid van oppositiepartijen om het kabinet aan meerderheden te helpen behoorlijk beïnvloeden. De nieuwe zetelverdeling kan de politieke verhoudingen opnieuw flink veranderen. Als de begrotingsbehandelingen in hetzelfde tempo plaatsvinden als afgelopen jaren, kan het speelveld er dus heel anders uitzien dan op dit moment.
Of het Binnenhof de komende maanden werkelijk vol liefde raakt, valt te bezien; waarschijnlijker is dat het kabinet geregeld voor de politieke snackmuur staat en per onderwerp moet bekijken wat er te halen valt.
Terug naar inhoudsopgaveBronnen: ActiZ, Ambulancezorg Nederland (AZN), Axon Healthcare, Centraal Planbureau (CPB), Federatie Medisch Specialisten (FMS), Het Parool, hollandbio, KNMP, Ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK), Ministerie van Financiën, Ministerie van VWS, Nederlandse Omroep Stichting (NOS), Nederlandse Vereniging van ZiekenhuisApothekers (NVZA), Raad van State (RvS), Rijksoverheid, UMCnl (voorheen Nederlandse Federatie van Universitair Medische Centra (NFU)), Vereniging Innovatieve Geneesmiddelen (VIG), Zorgverzekeraars Nederland (ZN), Zorgvisie, Zorgwijzer
