Mis niets, meld je aan voor een Axon News abonnement!

Meld je nu aan voor een Axon News (proef)abonnement en je wordt 3 weken lang dagelijks op de hoogte gehouden van de belangrijkste zorgactualiteiten met alle verdiepingsartikelen van de redactie, het actuele farmanieuws, algemeen zorgnieuws, medtech- en ziekenhuisnieuws. Daarnaast ontvang je dagelijks de ‘Axon News Alert’.


Afgelopen week werd bekend dat de zes Nederlandse expertisecentra voor postcovid tot eind 2027 openblijven. Voorts was er was weer veel commotie rond een nieuw besluit van President Trump. Hij wil vanaf augustus 2028 een importheffing van 100 procent invoeren op generieke geneesmiddelen en dit tarief een jaar later verhogen tot 200 procent. Nieuw onderzoek biedt perspectief voor de ontwikkeling van een test die tijdens de zwangerschap kan voorspellen welke baby’s een verhoogd risico lopen op de zeldzame aandoening FNAIT (Foetale en Neonatale Allo-Immune Trombocytopenie). Ander goed nieuws is dat de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) het speciale toezicht op de kinderhartchirurgie van het UMC Groningen heeft beëindigd. Dit en andere highlights uit het Axon News leest u in ons wekelijkse overzicht. Veel leesplezier!

Algemeen

Postcovid-expertisecentra blijven langer open
De zes Nederlandse expertisecentra voor postcovid blijven tot eind 2027 open. Eerder dreigde sluiting omdat de financiering na 1 januari 2027 onzeker was, maar zorgminister Sophie Hermans heeft nu laten weten dat er nog voldoende middelen beschikbaar zijn. De centra, die zijn ondergebracht bij academische ziekenhuizen, hebben sinds hun start al bijna 1.900 patiënten geholpen, waaronder 350 kinderen. De verlenging volgt op een advies van de Gezondheidsraad om postcovid en andere post-acute infectiesyndromen (PAIS) serieus te nemen en de kennisontwikkeling verder te versterken. Het kabinet wil daarom extra onderzoek financieren en werkt aan plannen om de zorg voor postcovid-patiënten ook na 2027 te behouden. Tegelijkertijd verdwijnt mogelijk een belangrijke ondersteuningsvoorziening. Stichting C-support, die patiënten informatie en advies biedt, kan na 2026 niet in dezelfde vorm doorgaan vanwege aflopende subsidie. Naar schatting hebben circa 90.000 Nederlanders ernstige postcovidklachten. Omdat een bewezen behandeling nog ontbreekt, richt de zorg zich momenteel vooral op symptoomverlichting.

Meer uren werken in de zorg blijft lastig ondanks personeelstekorten
Hoewel de zorg kampt met grote personeelstekorten, lukt het al jaren nauwelijks om medewerkers meer uren te laten werken. De deeltijdfactor, de gemiddelde contractomvang ten opzichte van een voltijdbaan, schommelt al jaren rond 0,7, wat neerkomt op circa 25 uur per week. Volgens een eerdere berekening van SiRM zouden de ongeveer 60.000 openstaande vacatures vrijwel verdwijnen als zorgmedewerkers gemiddeld 1,1 uur per week extra werken. Hoewel diverse initiatieven hierop zijn gericht, blijft een doorbraak uit. Deeltijdwerk is vooral gebruikelijk in de verpleeg- en thuiszorg, terwijl medewerkers van umc’s gemiddeld grotere contracten hebben. Onderzoek laat zien dat een kwart van de zorgmedewerkers wel meer uren wil werken, maar een derde juist minder. Daardoor blijft urenuitbreiding een aantrekkelijke, maar lastig te realiseren oplossing voor de aanhoudende arbeidsmarktkrapte.

Donaties voor onbewezen behandelingen onder vuur
Nederlandse crowdfundingsplatforms controleren onvoldoende of medische inzamelingsacties misleidende of onbewezen claims bevatten. Daardoor wordt geld ingezameld voor behandelingen waarvan de werking niet is aangetoond, zoals alternatieve kankertherapieën of omstreden operaties in het buitenland. Zorgverzekeraars pleiten voor strengere regels en meer transparantie, zodat patiënten en donateurs weten of een behandeling regulier, experimenteel of onbewezen is. Artsen signaleren dat crowdfundingsacties regelmatig medische misinformatie bevatten. Platforms geven aan niet altijd de expertise te hebben om claims te beoordelen. Volgens critici schuiven donatieplatforms de verantwoordelijkheid te veel af op actievoerders en donateurs. De discussie raakt aan een breder vraagstuk: hoe kan worden voorkomen dat kwetsbare patiënten en goedwillende donateurs worden verleid tot investeringen in behandelingen waarvan de effectiviteit niet is bewezen?

Farma

Trump dreigt met hoge importheffingen op generieke geneesmiddelen
De Amerikaanse president Donald Trump wil vanaf augustus 2028 een importheffing van 100 procent invoeren op generieke geneesmiddelen. Een jaar later zou dit tarief stijgen naar 200 procent. Het plan moet farmaceutische bedrijven stimuleren om hun productie terug naar de Verenigde Staten te verplaatsen. De maatregel maakt deel uit van een bredere strategie om de afhankelijkheid van buitenlandse medicijnproductie te verminderen. Voor merkgeneesmiddelen zijn al eerder importheffingen aangekondigd, terwijl generieke geneesmiddelen voorlopig nog zijn vrijgesteld. Bedrijven krijgen daarmee ruim twee jaar de tijd om hun productiecapaciteit in de VS uit te breiden. De generieke geneesmiddelenindustrie reageert terughoudend en vraagt om meer duidelijkheid over de uitvoering. Amerikaanse brancheorganisaties steunen maatregelen die de binnenlandse productie versterken, maar wijzen erop dat ook andere knelpunten moeten worden aangepakt om investeringen in Amerikaanse productie aantrekkelijk te maken.

Australische toezichthouder waarschuwt voor zeldzame oogafwijking bij GLP-1-middelen
De Australische geneesmiddelenautoriteit TGA heeft nieuwe waarschuwingen toegevoegd aan de productinformatie van GLP-1-middelen zoals Ozempic, Wegovy en Mounjaro. Aanleiding zijn meldingen van een zeldzame oogafwijking, non-arteritic anterior ischaemic optic neuropathy (NAION), die kan leiden tot blijvend gezichtsverlies. Tot nu toe zijn in Australië 36 gevallen gemeld die mogelijk verband houden met deze geneesmiddelen. De toezichthouder adviseert patiënten direct medische hulp te zoeken bij plotselinge vermindering van het gezichtsvermogen. Tegelijk benadrukken experts dat het risico zeer klein is en dat de voordelen van GLP-1-middelen voor de behandeling van diabetes en obesitas doorgaans opwegen tegen de mogelijke risico’s. Patiënten worden daarom niet geadviseerd hun behandeling te stoppen zonder overleg met een arts. Wel moeten zorgverleners en patiënten alert zijn op eventuele oogklachten.

Onderzoek wijst op klein risico op haaruitval bij GLP-1-middelen
Nieuw onderzoek suggereert dat gebruikers van GLP-1-middelen zoals Ozempic, Wegovy en Mounjaro iets vaker haaruitval ontwikkelen dan gebruikers van andere diabetesmedicijnen. Het absolute risico blijft echter laag: jaarlijks gaat het om enkele gevallen per duizend gebruikers. Meerdere studies vonden een verhoogd risico op alopecia, waarbij het risico mogelijk hoger ligt bij tirzepatide (Mounjaro) dan bij semaglutide (Ozempic/Wegovy). Haaruitval wordt vaker gezien tijdens gewichtsverlies en is doorgaans omkeerbaar. Onderzoekers vermoeden echter dat gewichtsverlies niet de enige verklaring is. Ook onderliggende factoren, zoals schildklier- of andere hormonale aandoeningen, lijken een rol te kunnen spelen. De onderzoekers benadrukken dat de voordelen van GLP-1-middelen bij de behandeling van diabetes en obesitas voor de meeste patiënten nog steeds zwaarder wegen dan dit relatief zeldzame risico.

MedTech

Leids onderzoek geeft inzicht in zeldzame zwangerschapsaandoening
Leidse onderzoekers hebben met geavanceerde beeldvorming zichtbaar gemaakt hoe antistoffen van een zwangere vrouw schade kunnen veroorzaken bij ongeboren baby’s met de zeldzame aandoening FNAIT (Foetale en Neonatale Allo-Immune Trombocytopenie). Bij deze aandoening vallen antistoffen van de moeder de bloedplaatjes van de foetus aan, waardoor ernstige bloedingen kunnen ontstaan. FNAIT komt voor bij ongeveer één op de duizend zwangerschappen. De onderzoeksresultaten bieden aanknopingspunten voor de ontwikkeling van een test die tijdens de zwangerschap kan voorspellen welke baby’s een verhoogd risico lopen en mogelijk behandeling nodig hebben. Daarnaast laat het onderzoek zien hoe nieuwe generaties microscopen ziekteprocessen op moleculair niveau zichtbaar kunnen maken, wat kan bijdragen aan betere diagnostiek en zorg voor risicovolle zwangerschappen.

NZa moet toegang tot elektroconvulsietherapie verbeteren
De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) voert per 1 januari 2027 een aparte vergoeding in voor elektroconvulsietherapie (ECT) binnen de Wet langdurige zorg. Hierdoor kunnen zorgaanbieders de behandeling afzonderlijk declareren en worden de kosten voor personeel, apparatuur en verzorging beter gedekt. De maatregel volgt op onderzoek waaruit bleek dat de huidige bekostiging voor sommige aanbieders onvoldoende is. Daardoor dreigde de beschikbaarheid van ECT onder druk te komen staan. ECT wordt onder meer ingezet bij ernstige depressies, schizofrenie of manieën wanneer andere behandelingen onvoldoende effect hebben. Met de nieuwe bekostiging wil de NZa financiële belemmeringen wegnemen en ervoor zorgen dat patiënten met ernstige psychiatrische aandoeningen toegang houden tot deze specialistische behandeling. Jaarlijks ontvangen ongeveer 250 mensen in Nederland ECT.

Nieuwe 3D-microscoop maakt epileptische activiteit zichtbaar
Onderzoekers hebben een nieuwe 3D-microscoop ontwikkeld waarmee hersenactiviteit die betrokken is bij epileptische aanvallen veel gedetailleerder in beeld kan worden gebracht. De techniek maakt het mogelijk om grote aantallen hersencellen tegelijkertijd en in drie dimensies te volgen, waardoor beter zichtbaar wordt hoe epileptische activiteit ontstaat en zich door de hersenen verspreidt. De onderzoekers hopen dat de technologie nieuwe inzichten oplevert in de onderliggende mechanismen van epilepsie. Op termijn kan dit bijdragen aan de ontwikkeling van gerichtere behandelingen en een betere diagnostiek. De microscoop biedt daarnaast mogelijkheden voor onderzoek naar andere neurologische aandoeningen waarbij veranderingen in hersennetwerken een belangrijke rol spelen. Deze innovatie onderstreept de belangrijke rol van geavanceerde beeldvormingstechnieken in neurowetenschappelijk onderzoek en de zoektocht naar nieuwe behandelopties voor patiënten met epilepsie.

Ziekenhuis

IGJ beëindigt speciaal toezicht op kinderhartchirurgie UMC Groningen
De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) heeft het speciale toezicht op de kinderhartchirurgie van het UMC Groningen beëindigd. Het toezicht werd in 2025 ingesteld nadat drie van de vier kinderhartchirurgen waren vertrokken en er zorgen ontstonden over de samenwerking binnen het team en de continuïteit van de zorg. Na een periode van intensief toezicht concludeert de inspectie dat de randvoorwaarden voor goede en veilige zorg weer op orde zijn. Volgens de IGJ zijn taken, verantwoordelijkheden en werkafspraken duidelijk vastgelegd en ervaren medewerkers de werksfeer als veilig en prettig. Een belangrijke rol speelde de komst van een nieuw sectiehoofd, die volgens de inspectie rust heeft gebracht binnen het team en een veilige leercultuur heeft bevorderd. De kinderhartchirurgie van het UMCG valt daardoor weer onder het reguliere toezicht van de inspectie.

Amsterdam UMC neemt afscheid van iconisch kankeronderzoekscentrum
Amsterdam UMC neemt afscheid van het voormalige gebouw van Cancer Center Amsterdam (CCA), de opvallende rood-blauwe ‘blokkendoos’ langs de A10. Het gebouw werd in 2006 geopend als centrum voor kankeronderzoek en speelde bijna twintig jaar een belangrijke rol bij de ontwikkeling van nieuwe behandelmethoden, waaronder vormen van immunotherapie. Met de ingebruikname van het nieuwe Research & Diagnostiek Centrum Adore zijn de onderzoeksactiviteiten verhuisd naar een moderner en groter onderzoekscentrum, waar circa 300 onderzoekers en zorgprofessionals samenwerken aan kanker- en hersenonderzoek. De ontmanteling van het modulaire gebouw is inmiddels gestart. Veel onderdelen worden hergebruikt of gerecycled; een deel van de modules krijgt een tweede leven in opvanglocaties. Het afscheid markeert het einde van een belangrijk hoofdstuk in het Nederlandse kankeronderzoek en de overgang naar een nieuwe generatie onderzoeksfaciliteiten.

Ziekenhuizen vrezen gevolgen van verbod op nulurencontracten
Ook ziekenhuizen maken zich zorgen over de Wet Meer zekerheid flexwerkers, die onder meer een einde maakt aan nulurencontracten. Volgens de Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen (NVZ) kan het verbod de personeelskrapte verder vergroten en de flexibiliteit beperken die nodig is om roosters rond te krijgen. De zorgen sluiten aan bij eerdere waarschuwingen uit de ouderenzorg. Werkgevers wijzen erop dat veel medewerkers bewust kiezen voor flexibele inzet, bijvoorbeeld naast een studie, mantelzorg of andere werkzaamheden. Zorgorganisaties moeten echter kunnen inspelen op schommelingen in de zorgvraag en onverwachte uitval van personeel. Hoewel de wet bedoeld is om flexwerkers meer zekerheid te bieden, vrezen ziekenhuizen dat de nieuwe regels kunnen leiden tot minder flexibiliteit, hogere personeelskosten en extra druk op de toegankelijkheid van zorg.

De adviezen van de CieBOM, het ZIN en de besluiten en waarschuwingen van de IGJ tezamen met de politieke agenda vindt u elke vrijdag in het ‘Weekoverzicht adviezen, overheid en politiek’. Klik hier voor het meest recente overzicht (alleen voor abonnees).


Bron: Axon Healthcare, ICT & Health, Medische Oncologie, Nederlandse Omroep Stichting, Politico, Reuters, Skipr, Trouw, Universiteit Leiden, Zorgvisie