In het kader van het thema Passende Zorg wil het Zorginstituut (ZIN) een meer proactieve rol vervullen bij de introductie van nieuwe en opkomende medisch-technologische innovaties. Daarbij richt het ZIN zich vooral op innovaties die (op termijn) impact kunnen hebben op het verzekerde pakket. Om de rol van pakketbeheerder goed te kunnen blijven vervullen, is meer inzicht nodig in het MedTech-innovatielandschap en de ontwikkelingen daarin.
Het ZIN wil beter kunnen inschatten welke innovaties relevant worden voor pakketbeheer. Om dat praktisch vorm te geven doet het ZIN periodiek onderzoek naar trends op gebied van MedTech, om zo vroegtijdig zicht te krijgen op innovaties met een potentieel grote (budget)impact. De grote uitdaging daarbij is dat technologische ontwikkelingen erg snel gaan, en er geen eenvoudig centraal overzicht is van nieuwe producten.
Trendverkenning 2024
In 2024 heeft het ZIN een grove verkenning gedaan van MedTech-trends binnen de medisch specialistische zorg (msz). Bij de publicatie van de resultaten gaf het ZIN al aan dat deze verkenning in 2025 zou worden verdiept door twee specifieke innovatietrends nader te onderzoeken. De resultaten hiervan zijn eind 2025 gepubliceerd, waarbij het gaat om monitorende wearables en therapieën in de beeldvormende omgeving.
Aanpak verdiepende onderzoeken
Het ZIN heeft in beide gevallen handmatig innovaties geselecteerd, bijvoorbeeld door portfolio’s van investeerders te bekijken maar ook door actief contact te zoeken met innovatoren. Daarbij is gebruik gemaakt van bestaande netwerken en bijeenkomsten, zoals die van Stichting MTN en Zorg voor Innoveren.
Hierin zit ook direct de beperking: het proces is enerzijds arbeidsintensief en anderzijds levert het een onvolledig beeld om van het totale innovatielandschap. Wel heeft het ZIN voor beide thema’s rondetafelbijeenkomsten met experts georganiseerd, om beter zicht te krijgen op de knelpunten, risico’s en kansen. Deze experts waren met name afkomstig uit beroepsverenigingen, Patiëntenfederatie Nederland en Zorgverzekeraars Nederland.
Wat leveren de onderzoeken op?
De verdiepingen hebben in beide gevallen geleid tot een beter inzicht in de risico’s en knelpunten. Minder duidelijk is echter wat daar op korte termijn mee gaat worden gedaan, omdat in veel gevallen de gevonden problemen niet direct door het ZIN zijn op te lossen.
Zo spelen voor de monitorende wearables vraagstukken rondom data een grote rol, zoals privacy en security. Daarnaast is de bekostiging van de wearables een aandachtspunt, net als de geslotenheid van IT-systemen. Een overkoepelde vraag betreft de verantwoordelijkheid voor monitoring en interpretatie van datastromen: wie moet daarvoor zorgen en hoe wordt het georganiseerd? Zo zou het meer gebruik van deze wearables bijvoorbeeld kunnen leiden tot een enorme toename van alarmen en signalen die 24 uur per dag binnekomen, met gevolgen voor de werkdruk. Helaas gaan de ZIN-onderzoeken niet in op het voorstel uit het MedTech-groeiplan voor één landelijk systeem van regionale “command centers”.
Bij de therapieën in de beeldvormende omgeving ligt de nadruk dan weer op de moeilijkheid om het juiste klinisch bewijs te verzamelen, met name over de spanning tussen hoge kosten van grote studies en de mogelijke opbrengsten van het product. Ook speelt mee dat het zorglandschap soms sneller verandert dan het onderzoek kan bijbenen. Tot slot vindt veel innovatie plaats binnen vrij kleine MKB-bedrijven, die zowel financieel alsook organisatorisch de capaciteiten missen om het benodigde onderzoek zelfstandig te laten uitvoeren.
Vervolgstappen
Het ZIN beraadt zich op mogelijke vervolgstappen, waarbij het logisch is dat die met name gericht zullen zijn op de rol van het ZIN als pakketbeheerder. Dat betekent dat het bijvoorbeeld wel gaat over het soort studies die voor bewijs nodig zijn, maar niet zozeer over de afhankelijkheid van IT-aanbieders. Ook vraagstukken over bekostiging en organisatie van de monitoring zullen op andere plekken moeten worden opgepakt.
Bij de beeldvormende therapieën constateert het ZIN dat het handig zou zijn als een centrale partij regie voert over uitvoering en prioritering van klinisch onderzoek. Dat is in ons gefragmenteerde zorglandschap natuurlijk helemaal niet eenvoudig en zeker niet iets waar het ZIN zelf veel grip op heeft.
Hoewel de onderzoeken het ZIN dus wel waardevolle inzichten bieden, zullen ook andere partijen een rol in het geheel moeten oppakken. Een mogelijk begin zou kunnen zijn om dit bij de uitwerking van de Medtech-onderdelen van het AZWA te betrekken, net als dat de onderzoeken ook voor een nieuw kabinet en nieuwe VWS-ministers belangrijke aanknopingspunten bevatten.
Bron: Axon Healthcare, Zorginstituut Nederland (ZIN), Zorgvisie
