Aan de hand van de peilingen bleek al dat de verkiezingsuitslag spannend zou worden, maar dat er dagenlang gewacht moest worden op wie uiteindelijk de grootste zou zijn hadden slechts weinigen voorzien. Terwijl de PVV een flink verlies heeft geleden en van 37 naar 26 zetels is teruggevallen, maakt D66 een ongekende sprong voorwaarts en eindigt voor het eerst in de geschiedenis als grootste partij. De zorg zal in de formatiegesprekken hoogstwaarschijnlijk niet het felste strijdpunt worden, omdat andere thema’s veel gevoeliger liggen. Toch kijken wij naar wat de uitslag en eventuele coalities voor implicaties hebben op het zorgbeleid. Wat zijn de overeenkomsten en verschillen in plannen en over welke onderwerpen kunnen we discussie verwachten?
Verkiezingen en coalitiescenario’s
De val van kabinet-Schoof in juni 2025 luidde een nieuwe periode van politieke onzekerheid in. De verkiezingscampagne werd aanvankelijk gedomineerd door thema’s als migratie, het tanende vertrouwen in de politiek en de woningmarkt. Pas in de laatste weken schoof de gezondheidszorg nadrukkelijker naar voren, mede door de felle discussie over de CPB-doorrekening. Vooral de betaalbaarheid van de zorg door het sluiten/bevriezen van het basispakket werd breed uitgemeten. De beoogde verhoging van de defensieuitgaven dwong partijen om bij het CPB kleur te bekennen. GL-PvdA zocht het in verhoging van belastingen en een kortere dekking van defensieuitgaven, en andere middenpartijen zagen zich gedwongen om het mes te zetten in (de stijging van) de zorguitgaven.
Hoewel D66 voor het eerst de grootste partij is, is de grootste partij in de Tweede Kamer nog nooit zó klein geweest. Dit is tekenend voor de politieke versnippering en maakt de noodzaak tot het veelgenoemde ‘over de eigen schaduw heenstappen’ onvermijdelijk. De twee opties die het meest besproken gaan worden zijn een centrum-kabinet met D66 en CDA in het midden, en VVD en GL-PvdA op de flanken. De andere optie is een centrumrechts-kabinet (D66, VVD, CDA, JA21), dat één zetel tekort komt voor een meerderheid, de restzetel blijft bij de SP. Overige alternatieven zijn een minderheidskabinet, of een coalitie met een veelvoud aan partijen. Ook in het geval van een minderheidskabinet zijn bovengenoemde partijen van belang, omdat ze gezien hun omvang samen zullen moeten onderhandelen over de thema’s. In dit artikel is de PVV echter buiten beschouwing gelaten. Met uitzondering van JA21, hebben de andere vier hierboven genoemde partijen een coalitiesamenwerking met die partij immers uitgesloten.
Centrum-kabinet: 86 zetels
Voor de buitenwereld is de meest voor de hand liggende coalitie die van D66, VVD, GL-PvdA en CDA, samen goed voor 86 zetels in de Tweede Kamer. Deze vier partijen hebben in de Eerste Kamer echter net niet genoeg zetels, waardoor zij steeds op zoek moeten gaan naar een vijfde partij om wetgeving te steunen. Op zich moet dat wel kunnen maar het levert hoe dan ook gedoe op. Hoe logisch dit centrum-kabinet ook klinkt, zullen er voor de totstandkoming toch flinke hobbels moeten worden overwonnen. Er bestaat nogal wat animositeit tussen de partijen op de flanken: GL-PvdA en VVD. Deze twee partijen voerden snoeihard campagne tegen elkaar waarbij Yesilgöz (VVD) meerdere malen aangekondigde niet met GL-PvdA te willen regeren. Wellicht dat het opstappen van Timmermans daarin verandering heeft gebracht, maar dan nog moeten de twee partijen elkaar vinden op het precaire onderwerp van asiel en migratie, net als dat hun denkwijzen over belastingen erg ver uit elkaar liggen. Hoewel VVD-kiezers ook geen voorstander zijn van samenwerking met GL-PvdA, ziet een meerderheid van de GL-PvdA-stemmers deze coalitie verassend genoeg wél zitten.
Bron: EenVandaag
Centrumrechts-kabinet: 75 zetels
Deze coalitie (D66, VVD, CDA, JA21) heeft net geen meerderheid; de restzetel lijkt bij de SP te blijven. Ook in de Eerste Kamer is deze coalitie aanzienlijk kleiner, hoewel hier via de rechterflank voldoende steun kan worden gevonden. Het toevoegen van BBB aan de coalitie zou een oplossing kunnen zijn, maar het is de vraag of dit een realistisch scenario is voor D66. Beide partijen hebben fundamenteel uiteenlopende standpunten; boeren spreken dan ook over de verkiezingswinst van D66 als ‘vrees die uitkomt’.
Wat de samenwerking met JA21 betreft heeft D66-leider Jetten niet direct gezegd een samenwerking uit te sluiten. Toch zijn er inhoudelijk grote verschillen tussen de partijen, zowel op het gebied van Europese samenwerking als asiel en migratie. Daarbij is de D66-achterban niet echt gecharmeerd van een samenwerking met de partij van Eerdmans, ook vanwege de onervarenheid van de partij. JA21’ers zien samenwerking echter wel zitten. CDA-stemmers is het om het even en hebben geen uitgesproken voorkeur, zolang ze maar kunnen meeregeren zonder de PVV.
Bron: EenVandaag
Financiering en verandering van het zorgstelsel
Hoewel de CPB-berekening het debat rondom de betaalbaarheid van zorg deed oplaaien, bleek dit voor de kiezers geen doorslaggevend onderwerp te zijn. De partijen die volgens die doorrekening op de zorg willen bezuinigen, zijn flink gestegen in het aantal zetels. Of dit betekent dat kiezers echt vinden dat er minder geld naar de zorg moet, of dat andere thema’s zwaarder wogen, blijft onduidelijk.
Zorg en sociale zekerheid zijn samen goed voor de helft van de Rijksbegroting. Toch zijn de zorguitgaven al jaren stabiel rond 10% van het bbp. Dit komt door beleidsmatige kostencontrole, wat volgens gezondheidseconoom Xander Koolman dan ook moet worden voorgezet. De laatste jaren is bovendien het besef ingedaald dat misschien niet eens de kosten, maar vooral het personeel niet kan meegroeien met de stijgende zorgvraag. In dat opzicht moeten de voorgestelde plannen rondom een strenger toegang tot het basispakket ook worden gelezen.
Indien GL-PvdA wil meeregeren, zal het waarschijnlijk moeten inschikken op het gebied van snelle veranderingen wat betreft marktwerking in de zorg. De partij vindt niet dat marktwerking moet worden afgeschaft, maar wel dat het flink op de schop moet. Het CDA zou hierin kunnen meegaan, maar heeft eerder succesvol gepleit voor een Staatscommissie Zorg waarin het hele stelsel moet worden onderzocht. Eerdmans heeft de motie hiertoe mede ingediend, dus de kans is groot dat deze staatscommissie snel wordt ingesteld. D66 pleit eveneens voor een versimpeling van het gehele stelsel. Grote keuzes laten echter waarschijnlijk nog op zich wachten omdat staatscommissies uit het verleden er langer dan een jaar erover deden om advies uit te brengen. Wel is het CDA voorstander van diverse maatregelen die de scherpe kanten van marktwerking afhalen. Denk aan voorstellen om tegen te gaan dat ZBC’s de krenten uit de pap halen en extra eisen voor private investeerders. Ook focust het CDA sterk op samenwerking in de zorg. Allemaal zaken die met een beetje goede wil kunnen worden gezien als het beperken van marktwerking.
Verzekerde zorg onder de loep
Eigen risico en zorgakkoorden
Bij de verkiezingen in 2023 zette de PVV met het debat waar het eigen risico ter sprake kwam, de verkiezingsuitslag volledig op zijn kop. Onverwacht haalde de partij 37 zetels, en kon het voortouw op de formatie worden genomen. De PVV probeerde de verkiezingsbelofte om het eigen risico af te schaffen dan ook snel in te willigen. Dit gebeurde weliswaar niet door een volledige afschaffing, maar door voor 2027 een ruime halvering naar € 165 te beloven. Deze halvering is ook verwerkt in de budgetten van de aankomende jaren, maar is nog allesbehalve een voldongen feit; de begroting moet namelijk nog worden goedgekeurd.
Op GL-PvdA na (die overigens bij het CPB heeft aangegeven de € 385 te willen handhaven), willen alle partijen het eigen risico behouden of zelfs iets verhogen. Het enige waar de halvering nog invloed op kan hebben, zijn de beschikbare ‘remgelden’ binnen de medisch-specialistische zorg (msz). In het IZA is namelijk een volumegroei van 0% in de msz afgesproken, maar met een verlaagd eigen risico is de verwachting dat de zorgvraag groeit. In het AZWA is vervolgens afgesproken om deze groei op te vangen met remgelden, wat volumegroei tóch mogelijk maakt. Nu die verlaging onzeker is, rijst de vraag wat er met die remgelden gebeurt. Enerzijds kan inzet van het geld zonder verwachte toegenomen zorgvraag, worden gezien als het loslaten van de nulgroei-afspraak en dus als een breuk met het IZA. Anderzijds is het geld al gekoppeld aan het nieuwe AZWA en zullen partijen ook niet het net afgesloten akkoord willen verbreken. Daarmee zouden ze waarschijnlijk de beroepsgroep tegen zich in het harnas te jagen. Het CDA heeft bovendien expliciet vermeld de zorgakkoorden te willen naleven.
Passende zorg
Over passende zorg is veel consensus. Alle vijf partijen onderschrijven het principe dat niet elke medische handeling per se ‘goede zorg’ is, en dat samenwerking tussen zorgverleners, ziekenhuizen en regio’s moet worden versterkt. D66, GL-PvdA en JA21 leggen de nadruk op uitkomsten in plaats van verrichtingen: zorgaanbieders moeten worden beloond voor kwaliteit en gezondheidseffecten, niet voor het aantal behandelingen. JA21 voegt daaraan toe dat dit gebaseerd moet zijn op ‘een simpel systeem van relevante zorguitkomsten (overleven en kwaliteit van leven) en toegangstijden’. Beleidsmatig zal de ingezette lijn hoogstwaarschijnlijk worden voortgezet.
Pakketbeheer
Door de CPB-berekening ontstond commotie omdat een groot aantal partijen het pakket wilde sluiten of bevriezen. Een genuanceerdere versie van deze ingreep is echter in nagenoeg alle partijprogramma’s terug te lezen. Zo pleit de VVD voor herbeoordeling van nieuwe en dure bestaande behandelingen en stevigere toetsing voorafgaand aan pakkettoelating. JA21 spreekt zich specifiek uit voor het behoud van de sluis en – ondanks dat het wil bezuinigen op het ambtenarenapparaat – een grotere rol voor het ZIN. Ook het CDA en D66 willen de bevoegdheden van het ZIN uitbreiden. Het instituut moet strenger en transparanter toetsen en het bestaande pakket moet vaker worden geëvalueerd. Voor een grotere rol van het ZIN moet ook worden gekeken naar de bestaande begroting, aangezien het ZIN in de toekomst juist flink wordt gekort.
Geneesmiddelen
Geneesmiddelenkosten
Onderdeel van pakketbeheer is de vergoeding van dure geneesmiddelen. Dit onderwerp staat iedere keer weer op de rol van de debatten, dus is logischerwijs ook in ieder partijprogramma terug te vinden – behalve in die van de VVD. Waar JA21 en CDA pleiten voor de (her)beoordeling van dure geneesmiddelen, zetten D66 en GL-PvdA in op meer transparantie over prijsstelling en onderzoeksgelden, het stimuleren van drug repurposing, het tegengaan van evergreening, en versterkte Europese samenwerking in fondsen en onderhandelingen.
De vraag is in hoeverre een nieuwe coalitie direct beleid op dit onderwerp zal maken. Hetzelfde geldt voor hoe een nieuwe coalitie zich opstelt ten opzichte van de industrie die harder dan ooit waarschuwt voor te lage prijzen als gevolg van Trumps geopolitieke industriebeleid. Ondertussen loopt de ontwikkeling naar een toekomstbestendig stelsel geneesmiddelen (TSG) door en verscheen onlangs het MAUG-rapport met adviezen over maatschappelijk aanvaardbare prijzen. De nieuwe regering zal al deze factoren zorgvuldig moeten afwegen voor het bepalen van de toekomstige koers.
Geneesmiddelentekorten
Het steeds terugkerende probleem van medicijntekorten heeft bij vrijwel alle partijen geleid tot oproepen om de afhankelijkheid van landen als China en India te verkleinen. Op JA21 na leggen de partijen nadruk op strategische autonomie: meer productie van essentiële geneesmiddelen in Europa, diversificatie van grondstoffen en toeleveranciers en de aanleg van strategische voorraden. D66 spreekt als enige over herberekening van vergoedingslimieten en herziening van het preferentiebeleid om de markt minder kwetsbaar te maken voor individuele leveranciers.
Innovatie
Innovatie heeft het politieke tij mee. Extra aangezwengeld door geopolitieke onzekerheid en versterkt door de dringende boodschap vanuit het Draghi-rapport en de daaruit voortvloeiende strategie van de Europese Commissie., willen vrijwel alle partijen investeren in kennis, technologie en innovatiekracht. Op JA21 na, scoren alle in dit artikel genoemde partijen dan ook een dikke voldoende van zowel TNO als hollandbio op het gebied van innovatie(klimaat).
De weg naar innovatie is echter geplaveid met ideologische verschillen. CDA en VVD zien innovatie vooral als economische motor: zij willen ondernemerschap belonen, regelgeving vereenvoudigen en via investeringsbanken en fiscale prikkels een aantrekkelijk vestigingsklimaat creëren. D66 kiest voor meer publieke regie, met een nationale investeringsbank, een aparte bewindspersoon voor Technologie en Innovatie en nauwe aansluiting bij Europese programma’s. GL-PvdA koppelt innovatie nadrukkelijk aan maatschappelijke doelen: verduurzaming, sociale zekerheid en een toekomstfonds voor een rechtvaardige economie. JA21 neemt afstand van overheidssturing en ziet juist minder regels en lagere lasten als de sleutel tot vernieuwing. Ditzelfde geldt in mindere mate ook voor de VVD.
De plannen voor innovatie laten duidelijk de bredere ideologische breuklijnen in Den Haag zien tussen markt en overheid en tussen economische groei en maatschappelijke waarde. De vraag voor het volgende kabinet is niet of innovatie noodzakelijk is, maar wie de koers ervan bepaalt.
Tot slot
De zorg blijft een van de grootste thema’s op de rijksbegroting, maar is zelden het onderwerp waarmee verkiezingen worden beslist. In de formatie speelt het dossier vaak een andere rol: als financieel schuifvlak waarmee ruimte kan worden gemaakt voor andere beleidsterreinen, momenteel waarschijnlijk voor defensie. Tegelijkertijd vragen de problemen rondom de houdbaarheid van ons zorgstelsel steeds dringender om structurele oplossingen. Naast een pandemie, heeft politieke instabiliteit de zorgsector geen windeieren gelegd. De combinatie van oplopende personeelstekorten, vergrijzing en de toenemende zorgvraag maakt dat de ruimte voor uitstel van beleid steeds kleiner wordt. De vraag is niet alleen hoeveel geld er beschikbaar is, maar of er voldoende bestuurlijke rust bestaat om de zorg op de lange termijn anders te organiseren.
Bron: Axon Healthcare, De Telegraaf, EenVandaag, HollandBIO, Nederlandse Omroep Stichting (NOS), NRC Handelsblad, TNO, Trouw, Tweede Kamer, Zorgvisie.
