In een aantal publicaties geeft de NZa inzage in de vorderingen op het gebied van overstap en contractering door zorgverzekeraars. Geconstateerd wordt dat zorgverzekeraars nog steeds polissen aanbieden die sterk op elkaar lijken, hetgeen verwarring oplevert voor de consument. Ook koppelen zij nog steeds aanvullende verzekeringen aan bepaalde basisverzekeringen, terwijl de ACM en de NZa al eerder hebben aangegeven een dergelijke keuzebeperking onwenselijk te vinden. Wel zijn er ten opzichte van voorgaande jaren vorderingen gemaakt wat betreft het tijdig contracteren van zorgaanbieders en is de informatievoorziening aan burgers verbeterd.

De NZa schetst voornoemde ontwikkelingen in een tweetal documenten, namelijk een samenvattend rapport (pdf) over de uitvoering van de Zvw in 2024 en een informatiekaart (pdf) over trends en ontwikkelingen gedurende het overstapseizoen en contracteerproces in de zorgverzekeringsmarkt in 2024. Voormalig demissionair minister Van Hijum heeft de Kamer per brief (pdf) op de hoogte gesteld van de bevindingen en kondigt een aantal vervolgstappen aan om via passende contractering de zorg toekomstbestendig te maken. Ook meerjarige contracten kunnen hier een onderdeel van zijn.

Overstapseizoen 2024

Afgelopen overstapseizoen stapte 7% van de verzekerden over. Dit is een lichte daling ten opzichte van 2024 (was toen 7,4%). De belangrijkste reden om over te stappen blijft de hoogte van de premie. Vooral verzekerden die individueel zijn verzekerd, blijken gevoeliger voor premiestijgingen en stappen vaker over dan collectief verzekerden. Tegelijkertijd blijkt dat overstappen voor veel mensen ingewikkeld blijft, mede door de complexiteit van het polisaanbod en een gebrek aan inzicht in de dekking. Hierover later meer. Ook in algemene zin schiet de kennis over de basiszorgverzekering bij veel Nederlands tekort. Veel verzekerden weten ook niet welk type zorgverzekeringspolis ze hebben.

De NZa stelt dat het overstapseizoen in 2024-2025 soepeler is verlopen dan in voorgaande jaren, mede doordat de contractering van zorgaanbieders eerder rond was. Dit laatste gold met name voor de wijkverpleging en de geestelijke gezondheidszorg, terwijl de contracteergraad van zbc’s enigszins achterbleef. In het algemeen wisten verzekerden eerder bij welke zorgaanbieders zij terecht konden en of hun zorg volledig zou worden vergoed. De minister voegt hieraan toe dat op termijn regiobeelden en -plannen moeten terugkomen in zorgcontractering, ten behoeve van regionale samenwerking. Ook in het kader van het IZA zijn afspraken gemaakt voor een transparanter en voorspelbaarder contracteerproces.

Premieontwikkeling

De gemiddelde premie voor de basisverzekering is in 2025 opnieuw gestegen naar ongeveer € 156 per maand. Dit is een stijging van 7% ten opzichte van 2024 en is voornamelijk te verklaren door hogere loonkosten en algemene prijsstijgingen in de zorgsector. Zowel collectieve als individuele verzekerden zien hun premie stijgen, waarbij collectieven doorgaans iets meer betalen door het vervallen van de collectiviteitskorting op de basisverzekering in 2023.

Om de premiestijging enigszins te dempen, hebben zorgverzekeraars gezamenlijk € 0,4 miljard aan reserves ingezet, een verdubbeling ten opzichte van het jaar ervoor. De NZa heeft daarentegen in het verleden aangegeven dat zorgverzekeraars zich zouden moeten onderscheiden op basis van dienstverlening en zorginkoop, in plaats van de premiestelling. Alleen op die manier kan worden gewerkt aan toekomstbestendige zorg.

Naleving van de zorgplicht

De naleving van de zorgplicht door zorgverzekeraars blijft een aandachtspunt in het toezicht van de NZa. In 2023 en 2024 voerde de NZa onderzoeken uit bij de grootste zorgverzekeraar in vier regio’s waar wachttijden voor de ggz en ziekenhuiszorg boven de Treeknormen lagen (Treeknormen zijn geen wettelijke regels, maar afspraken tussen zorgaanbieders en zorgverzekeraars over maximaal aanvaardbare wachttijden in de zorg). Uit deze onderzoeken bleek dat alle vier de verzekeraars verbeterpunten hadden in het waarborgen van tijdige en toegankelijke zorg en hun zorgplicht soms onvoldoende vervullen, bijvoorbeeld doordat knelpunten in het zorgaanbod niet tijdig worden gesignaleerd of aangepakt.

Bij twee verzekeraars (CZ en Menzis) werden formele aanwijzingen opgelegd vanwege ernstige tekortkomingen. Menzis voldoet inmiddels aan de eisen, terwijl CZ onder verscherpt toezicht is geplaatst. Deze maatregel werd voor het eerst ingezet. De NZa riep verzekeraars onlangs op hun zorgplicht wat betreft farmaceutische zorg beter te vervullen en verzocht de Kamer voormalig minister Agema het toezicht op de naleving van de zorgplicht aan te scherpen.

Polisaanbod

Wegvallen van restitutiepolissen
Per 2025 zijn restitutiepolissen volledig verdwenen van de Nederlandse zorgverzekeringsmarkt. Met een restitutiepolis krijgen verzekerden ook de zorg bij niet-gecontracteerde aanbieders volledig vergoed. Zorgverzekeraars gaven aan dat de kosten voor niet-gecontracteerde zorg te hoog waren en dat deze kosten niet eerlijk werden verdeeld over verzekerden. Het aanbod van restitutiepolissen daalde afgelopen jaren al gestaag. Het uitfaseren van deze polissen wordt door de minister betreurd vanwege de beperking van keuzemogelijkheden voor de consument. Echter, omdat er nog voldoende keuze overblijft en de zorgplicht door dit besluit niet in het gedrang komt, legt de minister zich bij dit besluit neer.

Opmars van combinatiepolissen en budgetpolissen 
Het wegvallen van de restitutiepolis heeft geleid tot een opmars van combinatiepolissen en vooral van budgetpolissen. Deze budgetpolissen hebben beperkende voorwaarden, zoals een kleiner netwerk van gecontracteerde zorgverleners of lagere vergoedingen voor niet-gecontracteerde zorg. In 2025 heeft 28,5% van de verzekerden een budgetpolis, een duidelijke stijging ten opzichte van 2021 toen dit 18,4% betrof. Ook bij combinatiepolissen geldt dat sommigen een vergoedingsbeperking kennen voor specifieke zorgvormen. Deze ontwikkeling vergroot volgens de NZa niet alleen de complexiteit van het polisaanbod, maar ondermijnt ook de risicosolidariteit binnen de zorgverzekeringsmarkt. Er ontstaat immers een steeds grotere segmentatie tussen reguliere- en budgetpolissen.

Gebrek aan polisvariatie
Voorts signaleert de NZa dat veel zorgpolissen sterk op elkaar lijken, terwijl de zorgpolissen door zorgverzekeraars als aparte keuzes worden gepresenteerd. De autoriteit constateerde dat ook al in 2023, gevolgd door de ACM in 2024. Aangezien de werkelijke verschillen niet altijd helder zijn, is het voor verzekerden lastig om een weloverwogen keuze te maken. Dit gebrek aan polisvariatie wordt al geruime tijd waargenomen. De NZa voert momenteel onderzoek uit naar zorgpolissen met minimale verschillen bij verzekeraars en beoordeelt of de informatievoorziening rondom deze polissen voldoet aan de wettelijke eisen aangaande transparantie en begrijpelijkheid voor consumenten.

Onwenselijke koppelverkoop
Daarnaast zijn sommige aanvullende zorgverzekeringen uitsluitend beschikbaar in combinatie met specifieke, vaak duurdere, basisverzekeringen. Deze koppelverkoop beperkt de keuzevrijheid van verzekerden, omdat zij niet de mogelijkheid hebben om een aanvullende verzekering van hun voorkeur af te sluiten zonder ook een bijbehorende basisverzekering af te nemen. Zowel de NZa als de ACM en de Consumentenbond hebben deze praktijk als onwenselijk bestempeld. Desalniettemin is het volgens de minister aan zorgverzekeraars zelf om wel of geen voorwaarden te stellen aan aanvullende verzekeringen en blijven er voldoende keuzemogelijkheden over. De NZa constateert daarentegen dat zorgverzekeraars met dit gedrag hun acceptatieplicht en het verbod op premiedifferentiatie – alle zorgverzekeraars moeten een gelijke premie in rekening te brengen voor de bassiverzekering – proberen te omzeilen.

Informatievoorziening door zorgverzekeraars

Tekortkomingen
Wat betreft de informatievoorziening door verzekeraars worden verscheidene tekortkomingen gesignaleerd, zoals tijdige bekendmaking van aanvullende premies en kortingen voor het vrijwillig eigen risico door sommige verzekeraars na de start van het overstapseizoen op 12 november. Eén verzekeraar introduceerde bovendien een nieuwe basisverzekering na dat moment.

De NZa kan weliswaar optreden wanneer polissen van bestaande basisverzekeringen te laat worden gepubliceerd, maar dit geldt niet voor nieuwe basisverzekeringen. Wel uitte het de verwachting dat dergelijke zaken volgend jaar niet meer voorkomen. De minister roept eveneens zorgverzekeraars op om ook nieuwe polissen voor de start van het overstapseizoen te publiceren.

De vergelijking van verschillende polissen door consumenten wordt ook bemoeilijkt doordat sommige polissen slechts via de website van de verzekeraar af te sluiten waren en niet via vergelijkingssites. De NZa stelt dat zorgverzekeraars in principe vrij zijn om te bepalen welke polissen zij aanbieden op een vergelijkingssite, daar zij ook zelf in de commissiekosten moeten voorzien. Hoewel de NZa dit onvolledige polisaanbod op vergelijkingssites wel degelijk als onwenselijk beschouwt, wordt er dan ook niet ingegrepen door de autoriteit.

Overheidsvoorlichting
Terwijl de informatievoorziening vanuit zorgverzekeraars is verbeterd, kondigt Van Hijum aan dat de jaarlijkse overheidsvoorlichting tijdens het overstapseizoen wordt stopgezet. Deze voorlichting werd al vanaf 2006 gegeven, en moest mensen bewust maken van het belang hun zorgpolis te controleren en te kijken of deze nog aansluit bij hun zorgbehoeften. De campagne gaf algemene voorlichting, onder andere via informatiekanalen gericht op mensen met een lagere sociaaleconomische positie (SEP).

Ondanks dat de campagne 1,5 miljoen mensen bereikte en onderzoek aantoonde dat vooral mensen met een lagere SEP baat hadden bij deze voorlichting, constateert de voormalig demissionair minister dat er voldoende informatie beschikbaar is via andere kanalen, zoals rijksoverheid.nl. Ook zouden overige ambtelijke taakstellingen te veel capaciteit vergen om de campagne in stand te kunnen houden.

Positieve ontwikkelingen
Een positieve ontwikkeling is dat zorgverzekeraars in 2025 voor het eerst uniforme kernboodschappen hanteren om verzekerden te informeren over de status van contractering met zorgaanbieders. Vier boodschappen geven aan of een behandeling volledig of deels wordt vergoed, afhankelijk van de contractstatus:

  • 1a Contract: vergoed;
  • 1b (Nog) geen contract: wel vergoed;
  • 2a Nog geen contract: een deel niet vergoed;
  • 2b Geen contract: een deel niet vergoed.

De introductie van bovengenoemde kernboodschappen vergemakkelijkt voor verzekerden de inschatting of zij hun zorg (volledig) krijgen vergoed. De NZa stelt vast dat deze verbetering daadwerkelijk leidt tot minder klachten en meldingen tijdens het overstapseizoen.

Daarnaast is sinds september 2024 een aangepaste regeling van kracht die zorgaanbieders verplicht patiënten actief te informeren over hun contractstatus met zorgverzekeraars. Deze extra transparantie helpt voorkomen dat patiënten pas na een behandeling ontdekken dat hun zorg niet volledig wordt vergoed. Uit onderzoek van de Patiëntenfederatie blijkt echter dat deze informatie nog lang niet altijd duidelijk wordt verstrekt. De minister overlegt met de NZa om te zien of ook verwijzers (zoals huisartsen) een rol kunnen spelen in deze informatievoorziening.

Vooruitgang geboekt, maar knelpunten blijven bestaan

De recente publicaties van de NZa en de beleidsreactie van de minister laten zien dat er belangrijke stappen zijn gezet richting een beter functionerende zorgverzekeringsmarkt, met snellere contractering en meer transparantie richting de consument. Tegelijkertijd blijven hardnekkige knelpunten bestaan, zoals de onoverzichtelijkheid van het polisaanbod, de aanhoudende praktijk van koppelverkoop en de onvolledige, of te late, informatievoorziening door sommige zorgverzekeraars.

Hoewel deze praktijken veelal binnen de juridische grenzen vallen, ondermijnen zij de keuzevrijheid, begrijpelijkheid en toegankelijkheid voor de consument. De oproep van de NZa aan zorgverzekeraars om verantwoordelijkheid te nemen en transparanter te opereren, klinkt dan ook terecht. Of vrijwillige naleving voldoende zal zijn, of dat aanvullende wet- en regelgeving nodig is, zal de komende jaren duidelijk moeten worden. De NZa roept het ministerie van VWS in ieder geval op aanvullende wetgeving te overwegen, zodat het beter op kan treden tegen de gesignaleerde onwenselijke gedragingen.


Bron: Axon Healthcare, Instituut Beleid & Management Gezondheidszorg (iBMG) (thans Erasmus School of Health Policy & Management), Nederlandse Zorgautoriteit (NZa), NIVEL, NRC Handelsblad, Nu.nl, Patiëntenfederatie Nederland, Tros Radar


Ben je nieuwsgierig naar meer informatie over dit onderwerp? We hebben eerder geschreven over zorgcontractering, het inkoopbeleid van verzekeraars in de intra- en extramurale farmacie en ontwikkelingen omtrent het basispakket. Maar dat is nog lang niet alles; onze database zit vol met waardevolle artikelen die je niet wil missen, met informatie over de gezondheidszorg van de afgelopen 15 jaar.

Wil je toegang tot al deze informatie? Overweeg dan een proefabonnement. Neem voor meer informatie contact op met Wido Derks | Axon Healthcare. We helpen je graag verder!