Skip to main content

In mei vorig jaar liet voormalig minister Van Ark weten dat de geplande GVS-modernisering zoals die gepland stond in die vorm moeilijk door kon gaan, met name omdat er veel vraagtekens rondom het vangnet ‘medische noodzaak’ waren. Wel zou ze alvast een alternatief voorstel voorbereiden, indien een nieuw kabinet de geplande modernisering (in aangepaste vorm) door wilde laten gaan. Zojuist heeft minister Kuipers zijn voornemen gedeeld om dit inderdaad te doen: per 1 januari 2023 wordt de GVS-modernisering definitief doorgevoerd, met een periodieke herberekening en financieel vangnet voor patiënten. Ook gaat de minister onderzoeken welke verzachtende maatregel hij kan instellen om beschikbaarheidsproblemen te voorkomen voor de groep geneesmiddelen aan de onderkant van de geneesmiddelenmarkt.

Veel kritiek op oorspronkelijke voorstel modernisering

Minister Bruins maakte in januari 2020 de oorspronkelijke kerndoelen van de modernisering bekend:

  1. Patiënten de mogelijkheid geven een geneesmiddel zonder bijbetaling te kiezen;
  2. Beheersing van de uitgavengroei;
  3. Herberekening voortaan weer structureel mogelijk maken.

Eind 2020 kondigde zijn opvolger Van Ark aan dat de GVS-modernisering met één jaar werd uitgesteld, mede omdat afstemming over de uitvoering ervan vertraging had opgelopen. Wel schreef ze toen al dat ze er alles aan zou doen om de modernisering door te voeren, ondanks de geuite kritiek. Met name op het eerste kerndoel werden uitvoeringsproblemen verwacht: om patiënten zonder bijbetaling een geneesmiddel te laten kiezen, zouden patiënten die niet naar een ander middel zouden kunnen overstappen er financieel op achteruit kunnen gaan. Om die reden moest een financieel vangnet (de ‘medische noodzaak’) worden ingericht, waarbij – in tegenstelling tot in het huidige beleid – patiënten niet meer hoeven bij te betalen indien een arts een bepaald (meestal niet-preferent) middel als medische noodzaak bestempelde.

Een halfjaar later kwam Van Ark echter op haar eerdere conclusie terug, omdat bleek dat het financiële vangnet haken en ogen kende. Er was namelijk geen draagvlak bij de betrokken partijen om de modernisering op deze manier in te richten, omdat de constructie rondom ‘medische noodzaak’ op deze manier als financieel instrument in plaats van op medische gronden werd ingezet. Alle betrokken partijen verwachtten bovendien dat van het vangnet veel meer gebruik zou worden gemaakt dan aanvankelijk was berekend. Daardoor zouden ze te maken krijgen met veel administratieve en uitvoeringslasten. Ook bleken ze tegengestelde en onoverkomelijke wensen en ideeën hebben over de inzet, toetsing en naleving van het vangnet. Wel is er onlangs na een lang (en niet altijd succesvol) polderoverleg overeenstemming bereikt over de lijst en werkwijze rondom verantwoord wisselen van medicijnen.

Vanwege de demissionaire status van het kabinet wilde Van Ark geen besluiten nemen over hoe het dan wel zou moeten, maar liet ze wel een alternatief voorbereiden indien een nieuw kabinet toch zijn best ging doen om de modernisering per 1 januari 2023 door te laten gaan. Dit alternatief is nagenoeg een kopie van het huidige beleid: een gemaximeerde eigen bijdrage van € 250 per patiënt per jaar, naast het eigen risico van € 385. Van Ark stelde voor dat een herberekening van de vergoedingslimieten samen zal gaan met een maximaal bedrag aan eigen GVS-bijdrage (per patiënt).

Kuipers neemt alternatief voorstel Van Ark over

Minister Kuipers schrijft nu in zijn Kamerbrief (pdf) voornemens te zijn om de GVS-herberekening per 1 januari 2023 te realiseren conform te budgettaire bijlage bij het coalitieakkoord (een besparing van € 140 miljoen per 2023). Om de gevolgen voor patiënten niet groot te laten zijn, wil hij ‘één of meer verzachtende maatregelen’ met de herberekening gepaard laten gaan, en zo het GVS moderniseren.

Allereerst komt er een financieel vangnet in zoals dat nu ook reeds bestaat: een gemaximeerde eigen bijdrage. Over de hoogte van de bijdrage informeert Kuipers de Kamer nog voor deze zomer. Uit de beslisnota (pdf) blijkt dat er dan rekening moet worden gehouden met het tegengaan van een stapeling van eigen bijdragen, door de maximering te betrekken bij een breder beleid gericht op het monitoren en tegengaan van eigen bijdragen in de Zwv, Wlz en Wmo. Vanuit de beleidsmedewerkers binnen VWS wordt gesuggereerd dat zowel het verlengen van de huidige maximering of het verlagen of beperkt verhogen hiervan opties zijn. Ook kan worden overwogen om kinderen onder de 18 jaar uit te zonderen van bijbetaling. Daarnaast moet er rekening worden gehouden met de mogelijkheid dat er vanwege landelijke tekorten gewisseld moet worden naar een middel mét bijbetaling; er wordt onderzocht of het in een dergelijke situatie mogelijk is om dan de eigen bijdrage te laten vervallen. Overigens wordt er eveneens nader gekeken wanneer er (qua definitie) daadwerkelijk sprake is van een landelijk tekort.

Verder onderzoekt Kuipers de noodzaak van een verzachtende maatregel op het beschermen van de kwetsbare ‘onderkant van de geneesmiddelenmarkt’ om zo beschikbaarheidsproblemen te voorkomen. Onlangs is het onderzoek naar die groep geneesmiddelen afgerond, waaruit bleek dat er nog geen echte conclusies konden worden getrokken omdat er nog een grote verdiepingsslag gemaakt moest worden vanwege gebrek aan data. Er werden daarom nadrukkelijk géén beleidsaanbevelingen gegeven. Op wat voor een verzachtende maatregel de minister zit te broeden is dus nog een grote vraag – ook hierover komt Kuipers voor de zomer met een update; een kabinetsreactie op het rapport is vooralsnog niet verschenen.

Periodieke herberekening

De herberekening van de vergoedingslimieten vindt plaats per 1 januari 2023, om zo de limieten te actualiseren. Hiervoor hanteert de minister de peildatum van 1 februari 2022, wat betekent dat de op dat moment aanwezige producten in de clusters tegen de dan geldige prijzen meewegen in de bepaling van de nieuwe vergoedingslimieten. Kuipers wil de herberekening periodiek toepassen en zal voor de zomer de Kamer nader informeren over de duur van die periode.

Spookclusters en combinatiepreparaten

Het ZIN heeft in een eerder stadium opdracht gekregen om te kijken naar het clusteren van combinatiepreparaten en spookclusters. Na de herberekening kan het voorkomen dat voor alle onderling vervangbare combinatiepreparaten een bijbetaling ontstaat. Om dat te voorkomen wordt op het advies van het ZIN één betalingsvrij middel per cluster aangewezen. Omdat er veel clusters moeten worden gecontroleerd, is het niet mogelijk om alles in één keer te doen. Er wordt daarom gespreid advies uitgebracht. In december 2020 is deel 1 gepubliceerd, waarin een algemene aanpak om combinatiepreparaten systematisch onder te brengen in clusters wordt voorgesteld. In maart 2022 is deel 2 uitgebracht, waarin het ZIN naar 9 spookclusters/-middelen heeft gekeken en daarover advies heeft uitgebracht. Deel 3 (en verder) staat op de planning voor 2023 (en erna). Voor sommige clusters betekent dit dus dat er waarschijnlijk bij een latere herberekening pas wat verandert, aangezien het de bedoeling is dat herberekening periodiek wordt uitgevoerd.

Oproep aan fabrikanten

Bij het informeren van de Kamer over de sluisprocedure, schreef Kuipers dat de sluisprocedure niet zou bestaan als geneesmiddelen een maatschappelijk aanvaardbare prijs zouden hebben. Ook bij deze modernisering herhaalt hij dezelfde boodschap en doet hij ‘expliciet een beroep op fabrikanten van relatief dure geneesmiddelen om hun prijzen te matigen’.

In een uiterst scenario, waarin geen enkele fabrikant de prijzen matigt en geen enkele patiënt van medicijn wisselt, leidt de voorgestelde herberekening tot een bijbetaling op één of meer geneesmiddelen voor 6 miljoen patiënten. Wel is het zo dat voor net iets minder dan de helft van de patiënten, de totale eigen bijdrage na de herberekening in het uiterste scenario maximaal € 5 per jaar bedraagt. In ongeveer 80% van de gevallen is de totale bijbetaling per jaar maximaal € 50. Voor ongeveer 350.000 mensen zal de eigen bijdrage na de herberekening juist komen te vervallen.

In 2021 moesten 2,4 miljoen mensen bijbetalen, waarvan ongeveer 75% een bijdrage van maximaal € 10 heeft neergeteld. Als het uiterste scenario werkelijkheid wordt, zal dit aantal zowel in bedrag als aantal patiënten omhoog gaan. Nu is het zo dat in het geval dat de kosten voor geneesmiddelen voor patiënten boven de € 250 uitkomen, de zorgverzekeraars het resterende deel van de kosten op zich nemen. Van deze maximeringsregeling hebben in 2021 63.000 mensen gebruik gemaakt. Wat dit aantal gaat worden na de modernisering is nog niet te voorspellen, omdat het nog onzeker is wat fabrikanten met hun prijzen gaan doen en omdat nog niet bekend is hoe hoog de nieuwe maximering gaat worden.

Kuipers wil de verschillende partijen tijdig informeren en betrekken bij de verdere voorbereidingen van de uitvoering van de modernisering en gaat daarom de aankomende periode op korte termijn met ze in gesprek. Voor de zomer zullen dan hopelijk de details van de modernisering uitgekristalliseerd zijn.

Ambitieuze én krappe planning

Uit de beslisnota vanuit VWS valt op te maken dat beleidsmedewerkers de door hun voorgestelde planning erg ambitieus en (zeer) krap vinden, maar dat die wel nodig is om een structureel tekort van € 140 miljoen per 2023 in de begroting tegen te gaan. De verzachtende maatregelen zijn echter nog niet meegerekend in de ingecalculeerde besparing. Hierdoor zal de totale besparing dus lager zijn, naar verwachting ongeveer € 10 miljoen. Er wordt aangegeven dat uitstel op dit moment geen optie is, vanwege eerdere afspraken met het ministerie van Financiën.

Bron: Axon Healthcare, Ministerie van VWS, Stichting Farmaceutische Kerngetallen (SFK), Zorginstituut Nederland (ZIN), Zorgverzekeraars Nederland (ZN)