Skip to main content

In politiek Den Haag gaan geluiden op om meer diagnostiek in te zetten en zo personalized medicine toe te passen bij kanker. Tweede Kamerleden van de VVD, het CDA en 50PLUS hebben hiertoe het initiatief genomen en willen dat de Minister de regie neemt om een uitgebreide DNA-test voor oncologische behandelingen landelijk beschikbaar te maken.

In de zogeheten initiatiefnota (pdf) pleiten de Tweede Kamerleden Veldman (VVD), Van den Berg (CDA) en Sazias (50PLUS) ervoor om een uitgebreide DNA-test in te voeren, waarmee de oncologische behandelopties gekozen kunnen worden die het beste werken bij het DNA-profiel en tumortype van de patiënt. Concreet vragen ze de Tweede Kamer om met de volgende twee punten in te stemmen, die de regering vervolgens zou moeten uitvoeren:

  1. Een plan van aanpak om de ‘Best practices’ – voorbeelden van op decentraal niveau bewezen effectieve zorg uit de zorgpraktijk – sneller op te nemen in het landelijk zorgaanbod. (En vice-versa: bewezen niet-effectieve zorg eruit verwijderen).
  2. Een taskforce die de beschikbaarheid van een uitgebreide DNA-test voor iedere patiënt met kanker moet onderzoeken. Deze taskforce zou dan binnen een jaar nadat ze is ingesteld over de kosten en baten, haar aanbevelingen en eventuele belemmeringen moeten rapporteren.

Medische en financiële winst

De Kamerleden lijken ervan doordrongen dat er nog veel winst te behalen is. Medische winst, omdat beter toegespitste medicamenteuze behandeling overbehandeling en bijwerkingen tegengaat. Maar ook financiële winst: meermaals halen de politici geaggregeerde ZiNL-data uit 2015 aan waaruit blijkt dat de kosten van overbehandeling bij 11 aandoeningen bij benadering 277 miljoen euro bedragen (op totale uitgaven aan de daarbij toegepaste 7 geneesmiddelen van ruim 406 miljoen euro).

Volgens de initiatiefnemers wordt ‘meer dan de helft van de totale uitgaven aan deze 7 geneesmiddelen’ dus besteed aan overbehandeling. In de inleiding stelden ze al dat ‘circa 70 procent van de patiënten wordt overbehandeld met een middel dat voor hen niet werkt en waarvan zij slechts de bijwerkingen ondervinden’. (Hoewel ze voor die bewering geen bron geven, lijkt het percentage berekend op basis van de door hen aangehaalde ZiNL-cijfers.)

Betere afstemming op persoonlijk profiel

Zodoende willen de initiatiefnemers dat de oncologische behandeling beter wordt afgestemd op het persoonlijk profiel (persoonlijke DNA-opmaak en tumorprofiel). Volgens hen is er met het hoofdlijnenakkoord MSZ en de geëvalueerde geneesmiddelenvisie veel ruimte om de werking van geneesmiddelen te evalueren ná toelating tot het verzekerde pakket – een ideaalbeeld waar ook het ZiNL mondjesmaat aan werkt.

Bovendien signaleren de politici dat ‘er in ieder ziekenhuis nog grote praktijkvariatie is in de toegang van de patiënten tot het juiste geneesmiddel’. Zo wordt ‘de test bij slechts 70-80% van de patiënten’ afgenomen, ‘met ook nog eens grote variatie in kwaliteit en uitkomst van de test tussen ziekenhuizen’. De Kamerleden willen juist dat elke patiënt zelf moet kunnen kiezen of een behandeling middels DNA-profiel het meest gewenst is. Zij vinden hier de patiëntenbeweging aan hun zij – de Patiëntenfederatie is immers ook een van de pleitbezorgers voor Gepast Gebruik en Samen Beslissen – en worden eveneens gesteund door de VIG.  

Eerdere stappen

Nu kan ook niet gezegd worden dat dit pleitstuk geheel uit de lucht komt vallen; de VVD en het CDA hebben samen al eerder dergelijke voorstellen gedaan. Reeds in 2018 sprak de Tweede Kamer haar steun uit voor een motie van de twee partijen. Ook heeft dit thema het tij mee, zoals blijkt uit de opmars van farmacogenetische tests. Bovendien wordt in het kader van effectiever behandelen ook veelvuldig de DRUP-studie als succesvol voorbeeld aangehaald. (Eerder deze maand publiceerde Axon een interview met de heren Ket en Lieste, die namens farmaceut BMS bij de DRUP-studie betrokken zijn.)

Hoe nu verder?

De Tweede Kamer zal eerst over de initiatiefnota overleggen. Pas nadat dat zogeheten notaoverleg heeft plaatsgevonden, kan erover worden gestemd. Mocht de Tweede Kamer ermee instemmen, dan is het aan verantwoordelijk minister Bruins om er uitvoering aan te geven. Eventuele plannen van aanpak en taskforces zullen van zijn hand komen.

Voor het zover is zal dus eerst over de initiatiefnota worden gedebatteerd. De initiatiefnemers voorzien al tal van vragen die nog beantwoord moeten worden, zoals over privacy of de plaatsbepaling van deze DNA-test. Ook kan het debat volgens de Kamerleden impact hebben op de geneesmiddelenontwikkeling: ‘Is het registreren van Real Life Data een alternatief voor fase 3-trials of is het een aanvulling en bestaat het naast de huidige fase 3-trials’? Juist voor allerlei van dit soort diverse soorten vragen willen deze politici het debat aanzwengelen, om zo te komen tot een overkoepelend – niet per ziekenhuis variërend – antwoord op de centrale vraag welke belemmeringen en oplossingen er zijn om de uitgebreide DNA-test breed in te voeren.