Skip to main content

In ziekenhuizen nemen stakingen en tekorten toe, terwijl NVZ-voorzitter Melkert roept om een ruimer budget. Verzekeraars en overheid weigeren, wijzend op de afspraken in het hoofdlijnenakkoord. Wat dreigt er terecht te komen van het akkoord?

Het Nederlandse zorglandschap lijkt af te stevenen op een flink groeiende zorgkloof, omdat de zorgvraag alleen maar stijgt en het beschikbare zorgaanbod tegelijkertijd stevig daalt. Berichten die afgelopen zomer regelmatig doorsijpelden over gesloten operatiekamers en uitgestelde operaties zullen daarom in de toekomst waarschijnlijk steeds vaker het nieuws bereiken.

Hoewel de personeelsinstroom (pdf) in ziekenhuizen groter is dan de -uitstroom, staat deze positieve balans niet in verhouding tot het aantal toekomstige patiënten met een medisch-specialistische zorgvraag. De geschatte tekorten zijn aanzienlijk, en of de actieprogramma’s van minister De Jonge hier een positief effect op hebben kan pas volgend jaar worden gemeten.

Bron: RIVM, VWS, ActiZ https://www.actiz.nl/stream/infographic-zorgkloof.pdf

Meer geld of beter organiseren?

NVZ-voorzitter Melkert zet al sinds het begin van zijn voorzitterschap zijn vraagtekens bij het hoofdlijnenakkoord en roept – net als toen – het kabinet op tot meer geld. Iets waar het niet mee akkoord gaat. Ook ZN-voorzitter Rouvoet stelt dat meer geld niet de oplossing is. De zorg zou zich eerder beter moeten organiseren. Intussen zitten de Cao-onderhandelingen al maanden muurvast, en zijn er stakingen aangekondigd. De FNV vindt op haar beurt dat Melkert zich achter het kabinet verschuilt en zegt dat de roep om meer financiële middelen een afleidingsmanoeuvre is om het eigen beleid niet onder de loep te hoeven houden.

Kortom, de verschillende opvattingen over hoe om te gaan met het personeelstekort liggen lijnrecht tegenover elkaar. Het is dan ook de vraag of de ziekenhuizen hun poot stijf zullen houden. Lukt het ziekenhuizen om zonder extra geld zich toch aan de afspraken in het hoofdlijnenakkoord te houden?

Hoofdlijnenakkoord medisch-specialistische zorg

De al eerder gemaakte oplossing lijkt dus te liggen in het hoofdlijnenakkoord. Hierin is onder andere overeengekomen dat ziekenhuizen in 2022 niet meer mogen groeien, ondanks de zorgvraagtoename. Iets wat lastig is omdat het personeel om meer middelen schreeuwt. Om dit toch te kunnen bolwerken moet de zorg volgens een drietal zaken worden ingericht.

Ten eerste moet er geprobeerd worden dat (duurdere) zorg wordt voorkomen. De eerste initiatieven zijn hierin genomen middels het Preventieakkoord. De volgende stap is het verplaatsen van (laagcomplexere) zorg dichterbij huis of thuis. Om dit voor elkaar te krijgen heeft bijvoorbeeld de NZa laten weten dat het verplichte eerste face-to-face consult in de medisch specialistische zorg per 1 januari 2020 komt te vervallen. Als laatste is het zaak dat traditionele vormen van zorg worden vervangen. Zo is er op het gebied van e-health veel potentie, maar volgens de meest recente e-healthmonitor valt hier nog genoeg winst te behalen.

Regionale samenwerking

Een aantal zaken van het hoofdlijnenakkoord dient regionaal te worden uitgewerkt. Dit omdat de zorgvraag per regio verschilt en een uniforme nationale aanpak niet het maximale resultaat zal behalen. Minister Bruins heeft daarbij toegezegd om regionale samenwerking tot op zekere hoogte (financieel) te willen faciliteren (lees: belonen) als er wordt samengewerkt.

De eerste stappen tot meer regionale samenwerking zijn gezet. De NVZ zoekt op haar beurt naar manieren om dit te realiseren; zo pleit ze bijvoorbeeld voor een (tijdelijke) opschorting van het kartelverbod. De vraag is echter of ze ook hier niet eerst naar de mogelijkheden binnen de huidige wetgeving en akkoorden dient te kijken voordat er aan dergelijke uitzonderingen gedacht moet worden. Het is namelijk duidelijk dat de zorg zich anders moet inrichten wil het nu en in de toekomst de vraag aankunnen.

Wie beweegt?

Het lijkt er dus op dat de oplossing voorhanden is, hoewel die niet makkelijk is. De voorzichtige stappen hierin zijn vooralsnog niet genoeg om voor 2022 de afgesproken nulgroei te kunnen realiseren. VWS heeft gefaciliteerd en zal wijzen naar het hoofdlijnenakkoord indien er om meer middelen wordt gevraagd; er is eventueel transformatiegeld beschikbaar bij vruchtbare ideeën, maar daar blijft het voorlopig bij. Voor de NVZ lijkt het moment daar om in actie te komen en niet af te wachten tot er nieuwe toezeggingen komen, want met name op het gebied van de personeelstekorten betekent de huidige stilstand een achteruitgang.