Minister Bruins dreigt farmaceuten aan de schandpaal te nagelen als een goed verhaal over geneesmiddelenprijzen uitblijft, zo schreef hij gisteren in de Volkskrant. Als farmaceuten hun maatschappelijke verantwoordelijkheid niet nemen, dan vindt de minister dat publiciteitsdruk hen daartoe moet bewegen. Binnen VWS wordt al langer naar manieren gezocht om farmaceuten tot meer prijstransparantie te bewegen.

In een open brief in de Volkskrant spreekt minister Bruins farmaceuten direct aan op hun maatschappelijke verantwoordelijkheid. ‘Extreme prijzen, woekerwinsten en een totaal gebrek aan transparantie passen niet bij die belangrijke maatschappelijke positie’, aldus de bewindsman. Binnenkort praat hij met een – niet nader genoemde – farmaceutisch bedrijf dat de prijs van een geneesmiddel heeft verhoogd tot circa €150.000. Bruins gaat het bedrijf vragen in de publiciteit te treden als zij een plausibele verklaring hebben voor de prijsverhoging. Zo niet, dan beraadt hij zich op vervolgstappen zoals negatieve publiciteit. Een goed verhaal is daarmee ook in het belang van de farmaceut, zo redeneert Bruins. Hij wijst op het voorval waarbij investeerders door maatschappelijke druk uit de farma-industrie stapten.

Vergoedingsmodel onder druk

De minister legt voor diverse media keer op keer uit in welke spagaat hij zit. Enerzijds toont hij begrip voor het feit dat geneesmiddelenontwikkeling niet bepaald gratis is, anderzijds is het zijn taak om de zorguitgaven te beheersen. De kosten voor specialistische geneesmiddelen nemen al zienderogen toe en met nieuwe aanstaande innovaties wordt het prijzendilemma alleen maar groter. Het zal geen toeval zijn dat Bruins in ieder interview Zolgensma noemt, het duurste medicijn ter wereld. Het belang van prijstransparantie neemt voor de minister daarmee alleen maar toe. Terwijl het middel (dat na eenmalige toediening genezend moet werken) onder de streep, uitgesmeerd over meerdere jaren zoals farma wil, niet duurder hoeft te zijn dan bestaande alternatieven (inclusief medicatie, ziekenhuisopnames, hulpmiddelen). Dat zou echter een ander vergoedingsmodel vergen en (belangrijker voor de minister) de grip op de zorguitgaven niet verscherpen.  

Dringt lokale publieke druk door tot internationale private sector?

Het is de vraag of het Bruins, anders dan minister Schippers, wel gaat lukken om hiermee de sector tot meer prijstransparantie te bewegen. Vooralsnog ligt het niet voor de hand dat deze nationale oproep in het publieke debat de internationale economische wetmatigheden van de mondiale commerciële sector kan bijsturen, laat staan dat farmaceuten hun bedrijfseconomische en concurrentiegevoelige informatie tot in detail gaan delen omdat deze Nederlandse minister dat verlangt. Bovendien is het nog maar zeer de vraag of prijstransparantie ook tot lagere prijzen leidt. Als alleen hier de prijzen openbaar zijn, is het goed denkbaar dat juist in Nederland de hoofdprijs wordt gevraagd.

Minister weigert nooit

De oproep toont daarmee vooral de onmacht van de minister en daarmee benadrukt hij dat hij met de rug tegen de muur staat. Met deze oproep wil hij dan ook zijn onderhandelingsmacht vergroten. De minister heeft immers weinig andere beleidsopties, al wijzen diverse gezondheidseconomen op de mogelijkheid om een middel simpelweg niet te vergoeden. Ook pakketadviseur Marcel Canoy deed tegenover het NOS-journaal die oproep. Uit WOB-documenten opgevraagd door de NOS blijkt dat de minister keer op keer door de knieën gaat (zie kader).  

WOB-documenten NOS

Het enige wat de NOS over de WOB-documenten meldt, is het volgende:

‘Hoe zwak de onderhandelingspositie van de minister is blijkt uit stukken die de NOS met een beroep op de Wet openbaarheid van bestuur heeft gekregen. Die stukken zijn grotendeels onleesbaar gemaakt.

In een van de schaarse passages die niet weggelakt is wijst het ministerie van VWS een aanbod van farmaceut Roche af om een bepaalde korting te geven op de prijs van het borstkankermedicijn Perjeta.

Het ministerie vindt de korting te laag, zegt dat het zelf geen nieuw bod zal doen en zich gaat beraden op zijn positie. Een maand later gaat de minister door de knieën en accepteert de te hoog bevonden prijs alsnog.’

Gezondheidseconoom Xander Koolman wijst op de korte terugverdientijd van nieuwe middelen, waarna de hoge prijs door concurrentie flink daalt. Koolman: “Als farmaceuten lager inzetten, worden investeringen in onderzoek en ontwikkeling minder interessant. Dan zal het huidige middel betaalbaarder zijn, maar komt het volgende wellicht niet meer.” Van de medicijnkosten gaat 40% op aan middelen die de markt niet halen en 53% aan kapitaallasten, bleek onlangs uit een rapport van onderzoeksbureau Gupta.

Bovendien blijft de totale geneesmiddelenuitgaven in Nederland tot nu toe relatief stabiel. Weliswaar stijgen de intramurale uitgaven, maar de extramurale uitgaven blijven gelijk. Met een toename in zowel behandelmogelijkheden (meer medicijnen) en meer mensen die geholpen worden, houdt de uitgavenstijging gelijke tred met de bevolkingsontwikkeling (vergrijzing). De stijgende zorgkosten hebben dus vooral minder stuurbare oorzaken, zoals personeelskosten.

Geneesmiddelentop over en met de juiste feiten

De VIG, bevraagd door diverse media, geeft aan zich niet te herkennen in het beeld van Bruins. Farmaceuten zijn allereerst verantwoordelijk voor betere genezing en toegankelijkheid van medicijnen. De VIG wil een geneesmiddelentop, om met Bruins om de tafel gaan over en met de juiste feiten. In een reactie in de Volkskrant zegt de VIG te hopen er samen met Bruins uit te kunnen komen. ‘We nodigen de minister uit om met de sector in gesprek te gaan over zijn ideeën’, aldus de woordvoerster. ‘Het uitgangspunt moet altijd zijn dat de Nederlandse patiënten toegang blijven houden tot geneesmiddelen.’